Verslag bijeenkomst ‘Waar begint jouw voordeur?’
van 26-11-2002 in theater De Vorst te Tilburg

Vera Meewis, Universiteit van Tilburg

Er waren rond de 30 aanwezigen. Sommigen gingen wat eerder weg en anderen kwamen later erbij.

 

De voorzitter was Joop Roubroek. Hij leidt de avond in en vertelt wat de bedoeling is. Tijdens de avond wandelt hij door het publiek, opgesteld in Lagerhuisformatie, waar hij iedereen stellingen voorlegt.

 

Het thema van de avond was ‘Waar begint jouw voordeur?’. Waar begint je eigen privacy en welke verantwoordelijkheid draag je nog voor anderen? Hoe benoem en beleef je deze gebieden?

 

De avond wordt opgesplitst in twee gedeelten. Voor de pauze gaat het over het micro niveau van de eigen voordeur en na de pauze wordt ingegaan op het macro niveau. Dan gaat het over in hoeverre individuen een eigen gebied innemen en in hoeverre zij te maken krijgen met overheden. Er worden twee standpunten tegen elkaar afgezet. Dat van de individualist die zijn eigen voordeur beschermt en dat van de solidarist die eigenlijk geen voordeur heeft.

 

Op microniveau worden 3 perspectieven als startpunt genomen:

- Territoriaal perspectief.

- Verantwoordelijkheid/rechtvaardigheid.

- Solidariteit. Is datgene wat ik heb werkelijk van mij? Of moet ik iets afstaan? Ook wordt afgevraagd of er sprake is/moet zijn van gedwongen solidariteit.

 

Er zitten twee mensen op een bankje aan het achtereind van de zaal. Ze zijn lid van een debatingclub en krijgen als eerste een case voorgelegd.

 

Case:

Er wordt een straatfeest georganiseerd in de wijk en voor jouw huis vindt een groot spektakel plaats. Er word je gevraagd of er daarvoor een haak in je huis mag worden geplaatst die ook nog moet blijven zitten want dat is handig voor volgende feesten.

Bij een van de debaters mag het absoluut niet. Zij vindt de haak lelijk en vindt dat het voor een straatfeest niet nodig is om maatregelen aan andermans huis te nemen. Ze vindt het feest wel een goed initiatief. De ander vindt het wel goed maar zou meer informatie willen ontvangen over hoe het zit met bijvoorbeeld aansprakelijkheid (hij is advocaat).

Nu wordt gevraagd of je voor het straatfeest een zigeunerorkestje te logeren zou ontvangen omdat je altijd zegt zo’n mooie logeerkamer te hebben. Allebei zouden ze dat voor één nachtje geen probleem vinden. Het zou nog gezellig kunnen zijn.

 

Case:

De voorzitter gaat verder de zaal in en vraagt mensen wat ze doen als ze een feest horen bij de achterburen waar om halfdrie de housemuziek nog niet is gestopt.

Bij de een gebeurt dit regelmatig, er zijn veel feesten in zijn buurt. Hij heeft er op een middag ook een keer iets van gezegd. Daar kreeg hij commentaar op in de vorm van het nummer van Rene Froger, ‘een eigen huis’. Hij vindt het niet erg als het één keer is maar het moet niet elke zaterdag gebeuren. Dan komt er erger. Wat hij fatsoenlijk vindt, is dat ze bij Willem II bijvoorbeeld als er iets te doen is bij iedereen in de buurt een briefje in de bus doen om het te melden.

Een ander vindt half 3 echt niet kunnen. Hij zou er naar toe gaan en vragen of het wat zachter mag. Dit heeft hij daadwerkelijk gedaan en het is hem niet in dank afgenomen. Hij heeft ook wel de politie gebeld als er niet op hem gereageerd werd. Hij ergert zich aan overlast. Zelf ondervindt hij overlast van buren die in de zomer zowat buiten wonen met tv en al. Hij heeft er met hen over gepraat en het resultaat is in ieder geval minder last. Wat hij niet wil, is gedonder met de buren, dat lijkt hem een ramp. Verder vindt hij het van fatsoen getuigen als mensen bij hem langskomen om aan de geven dat er overlast komt.

Een derde ergert zich ontzettend als het te laat wordt maar het gesodemieter is het hem niet waard. Een ander overleeft het gewoon wel een nachtje.

 

Case:

Het straatfeest was gezellig. Je was enthousiast over tuinieren en dus ben je ingedeeld in een tuingroep die de tuinen van ouderen gaat onderhouden. Of je zaterdag maar wil beginnen.

Dit gaat te ver. Anderen nemen een beslissing voor jou. Als je iets wilt doen, wil je zelf de manier bepalen of er tenminste inspraak in hebben. Een andere reactie is dat iemand niet eens aan zijn eigen tuin toekomt. Hij vindt het een leuk initiatief maar wil er ook zelf iets over te zeggen hebben.

 

Case:

Je buurman heeft een uitkering maar elke dag wordt hij opgehaald door een wit busje.

De ene debater zou niet achterdochtig zijn. Hij zou niet denken dat er iets niet klopt. Daar heeft hij ook te weinig informatie voor. Wanneer het hem op zou gaan vallen zou hij niets ondernemen. De ander weet niet wat haar buurman doen dus doet ze niets.

Wat als het een aannemersbusje is en hij je vertelt dat zijn uitkering een lekker basisinkomen is?

Volgens de eerste is hij dan wel de sigaar. Hij zou het melden bij de bevoegde instanties uit het oog van rechtvaardigheid. Er zijn mensen die echt een uitkering nodig hebben en die worden hier de dupe van. De tweede vindt het asociaal maar zou niet klikken. Dat doet ze uit principe niet.

 

Case:

Nu heeft de man doordeweeks een baan maar wordt op zaterdag en zondag opgehaald door het busje.

Volgens de eerste kan zwartwerken eigenlijk ook niet als hij zijn eerdere redenatie volgt maar het ligt toch anders. De WAO is bedoeld voor mensen die het nodig hebben. Belasting betalen is iets anders. Hij zou de man wel waarschuwen dat hij fout bezig is. De ander zou weer niets doen. Zelf zou ze het niet doen maar als iemand anders dat voor zichzelf kan rechtvaardigen, moet hij het zelf weten.

 

Case:

Een buurmeisje wordt afgeranseld door haar vader, dat heeft ze je zelf verteld.

De ene debater zou aangifte doen als ze het voor 100% zeker zou weten anders niet. Bij een direct belang voor een persoon voel je je eerder verantwoordelijk dan voor een vaag belang voor de maatschappij. Ze zou het altijd aangeven ook al stond het meisje verder van haar af. De ander zou het ook aangeven als het niet helemaal zeker was. Het is aan andere instanties om dit verder uit te zoeken. Als hij zou zien dat het gebeurde zou hij ingrijpen. Hij zou er in ieder geval iets van zeggen. De ander zou gevoelsmatig ook ingrijpen in deze situatie al zou je volgens haar juridisch horen te bellen met 112.

 

Case:

Publiek wordt gevraagd wat zij zouden doen wanneer de overbuurman een hennepplantage op zolder heeft.

Een vrouw vindt het niet prettig en ook niet goed voor de buurt maar zou niet veel doen. Ze wil niet klikken en als ze er geen overlast van ondervindt, doet ze niets.

Een ander denkt bij hennep ‘ach, vooruit’. Ook als de kweker een uitkering ontvangt. Ze had wel willen ingrijpen bij het meisje met de blauwe plekken. Ze heeft dit eerder meegemaakt met een vriendinnetje van haar dochter en heeft spijt dat ze toen niet over haar grens is gegaan.

 

Case:

Een bijstandsmoeder met drie kinderen met wie je goed contact hebt, krijgt een man in huis wonen met een baan.

Eentje zou niets doen. Hij klikt niet en gaat daar heel ver in. Hij zou zich er ook niet druk over maken. Bij het slaan van de dochter zou hij ‘hard ingrijpen’. Hij zou proberen te communiceren met de man en al zijn invloed aanwenden. Een individueel belang weegt bij hem zwaarder dan een vaag maatschappelijk belang. Verder houdt hij van mensen die de grenzen aftasten. Dat doet hij zelf ook. Een ander zou de hennepplantage direct melden. Bij de bijstandsmoeder zou hij het eerst checken. Dan zou hij zeggen dat ze de wet overtreedt. Als ze na een paar keer niets aan de situatie verandert, zou hij actie ondernemen en het melden bij de sociale dienst.

Weer een ander zou bij zwartwerken niets ondernemen. Bij mishandeling en hennep (drugs) wel. Geld is bij hem geen criterium om actie te ondernemen.

 

Case:

Op het station ben je een broodje aan het eten. Dan zegt een man in een rolstoel: ‘doe mij ook een broodje ik heb ook honger’. De ene debater zou deze aanpak waarderen en een broodje kopen maar dan niet het duurste. De andere debater zou het ook doen.

Wat als een sjofel geklede Antilliaanse jongen hetzelfde zou vragen?

De eerste zou het dan niet doen. Hij vindt dat zwervers aan Pr zouden moeten doen in plaats van te klagen. De tweede zou ook een broodje geven maar nooit geld.

Wat doet u op de vraag ‘heeft u een euro voor mij?’ De eerste gaat hier vrijwel nooit op in. Hij ziet dat niet als zijn taak. De achtergrond van een zwerver interesseert hem niet. En verder vindt hij dat aalmoezen demotiverend werken. De tweede geeft nu niemand meer iets. Ze wordt te vaak aangesproken.

Kopen jullie wel eens de straatkrant?

De eerste heeft er ooit een gekocht omdat hij nieuwsgierig was wat erin stond maar hij vond het niet interessant. Zoiets moet wel een toegevoegde waarde hebben. De ander koopt hem nooit. Volgens haar biedt het niets en ze is al met zoveel bezig.

Vanuit het publiek geeft iemand bijna altijd. Ze kan het niet weerstaan. Als iemand zover gaat om op straat mensen om geld te vragen moet het wel erg nodig zijn. Een ander geeft mensen die bedelen ook standaard iets. Nu ze heel veel tassen met zich mee moet dragen heeft ze zelfs altijd wat kleingeld bij in haar zakken. Ze geeft ook altijd aan huis-aan-huis collecte. Ze heeft dit zelf gedaan en de betrokkenheid raakt haar. Iemand anders heeft geld op een plankje klaarliggen voor collectes. Een face to face vraag op straat vindt hij confronterend. Of hij iets geeft ligt aan de bui die hij heeft.

 

Pauze

 

Twee personen, Jan Houtepen en Piet de Kroon, gaan een stelling innemen van waaruit vier stellingen worden afgeleid.

 

Houtepen: De mens is een sociaal wezen die zich ontwikkelt in relatie tot zijn medemens. Tot hoe ver strekken die relaties zich uit? Waar ben je verantwoordelijk voor? Dit wordt bepaald door je sociaal geweten. We kunnen kiezen om een sociaal mens te zijn. Dit is je eigen levensontwerp, geen individualisme. Het levensontwerp wordt wel gekenmerkt door hedonisme. Waar is het sociaal geweten hierin? We zijn gebonden maar tot waar? Er zijn meer gemeenschappelijke waarden en normen dan we denken. Dit moet meer geproclameerd worden.

De ratio moet emoties in goede banen leiden. Wat nu gebeurt, is dat de emotie meer gaat regeren dan het gezond verstand. Er ontstaat zoiets dat Trommel omschrijft als de rationaliseringsparadox. We moeten verder durven kijken dan onze plaatselijke samenleving.

Hoe zit het met de sociale agenda voor Brabant? Er is meer nodig dan repressie. Een reactie hierop is namelijk dat de samenleving los zand wordt. Er is ook preventie nodig. Hier noemt hij zeven punten:

- Wat betekent een herijking van onze moraliteit voor ons handelingsreparatoir? Waarom grijpen we niet in bij mishandeling? Durven we geen verantwoordelijkheid meer te nemen?

- Media hebben een opvoedende rol.

- De nieuwe generatie staat anders in het leven. Ze zetten zich minder in voor de medemens. Vrijwilligers moeten worden aangesproken op hun interesse.

- Het opkomen voor zwakkeren is een collectieve verantwoordelijkheid. We moeten solidair zijn.

- Spelregels op wijkniveau: afspraken maken over normen en waarden.

- Het honoreren van burgerinitiatieven. Burgers middelen en verantwoordelijkheden geven.

- Bevorderen van sociale netwerken. Als samenleving mensen uitlokken.

Kortom een pleidooi voor een sociaal en ethisch reveil.

 

De Kroon: De mens mag dan wel een sociaal wezen zijn maar ik ben baas over mezelf. Ik voer een strijd tegen ongewenste sociale intimiteiten. Ik voel geen sociale plicht om me met anderen te bemoeien. Ik bepaal zelf waar ik me mee verbonden voel. Giroactivisme is uitstekend. Ik geloof niet in de fictie van een samenleving. Het is slechts een optelsom van individuele belangen. Wat ik wil weten is hoe ik aanvallen op mijn voordeur af kan slaan. Waarom zouden we sociale samenhang en duurzaamheid bevorderen? Als iedereen mij gewoon mijn gang laat gaan dan duur ik het langst.

 

Om hun mening duidelijk te maken is de zaal verdeeld in twee zijden. De ene is voor en de ander is tegen. Mensen mogen ook tijdens het debat overlopen naar een andere zijde.

 

 

4 stellingen:

 

* Burgers moeten zich kunnen onttrekken aan maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Tegen: de overheid moet verantwoordelijkheid niet opleggen maar bevorderen. We moeten terug naar het heldenverhaal. Aangeven wat het archetype is van de sociale mens.

Voor: Soms kun je je niet voorbereiden op een situatie dus reageer je soms ongunstig. Er moet ook ruimte gegeven worden voor lafheid in bepaalde situaties.

Tegen: Je moet je kunnen onttrekken op onderdelen. Op grote lijnen moet de verantwoordelijkheid ingevuld worden maar er zijn uitzonderingen.

 

* Welzijnswerk is de excuus-Truus voor eigen verantwoordelijkheid.

Voor: Dat is maar dat is geen probleem want dan hoef ik me er niet mee te bemoeien.

Tegen: Wanneer mensen geen eigen verantwoordelijkheid nemen moet er welzijn zijn.

Voor: Goed, dan hoef ik geen verantwoordelijkheid te dragen maar het leidt er wel toe dat mensen consumenten worden.

Voor: Welzijn heeft een hoog knuffelgehalte, het eigen initiatief wordt afgeremd.

Tegen: Het moderne welzijn heeft juist geen knuffelgehalte. Het stimuleert mensen juist en spreekt ze aan op wat ze kunnen.

Tegen: Welzijn is zo breed dat de stelling te algemeen geformuleerd is.

 

* De sociale agenda moet op straat bepaald worden, niet in het gemeentehuis.

Tegen: Burger is tegenstrijdig daarom moeten mensen in het gemeentehuis de agenda bepalen. Zij zijn de enige die een duidelijke visie kunnen uitzetten.

Voor: De nadruk ligt op bepaald. De maatschappij moet aangeven wat er moet gebeuren.

Tegen: De kiezer heeft al bepaald door zijn stem te geven.

Tegen: De gemeente moet reageren op wat in de samenleving gebeurt. De agenda moet worden overgelaten aan mensen die dingen bij elkaar brengen. Burgers kunnen dat niet op een systematische manier.

Voor: Goed luisteren naar de basis, die je moet trainen. De keuzes maken op het gemeentehuis en dan terugkoppelen naar de basis.

Tegen: De agenda moet door de twee partijen naast elkaar bepaald worden.

 

* De overheid heeft niets te zoeken in het sociale domein.

Voor: het inrichten van je leven gebeurt volgens je eigen normen en waarden. De overheid moet zich beperken tot het stellen van randvoorwaarden waarbinnen iedereen de vrijheid heeft zijn leven in te richten. De overheid moet niet en schild vormen en beleid maken en ook nog een gedeelte van de uitvoering op zich nemen.

Tegen: om de keuzes terug te geven naar waar ze spelen moet de overheid dat domein wel kunnen bereiken.

Tegen: de overheid heeft van alles te zóeken in het sociale domein.

 

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak