Verslag Debat Medialogica
Datum: 25 november 2003
Tijd: 20.00 – 22.05 uur
Locatie: Theater de Vorst, Tilburg
Organisatie: BrabantBalie, FDO, RMO
Sprekers:
- Piet de Kroon: PON directeur, tevens discussieleider
- Hans Dijkstal: ex-fractievoorzitter VVD
- Tony van der Meulen: hoofdredacteur Brabants Dagblad
- Huub Evers: Fontys Hogescholen
- Paul Gevers: journalist
- Anton Zijderveld: Voorzitter Forum voor Democratische Ontwikkeling
1. Opening
Dhr. De Kroon opent de debatbijeenkomst en heet iedereen van harte welkom. Hij licht toe dat deze bijeenkomst in het teken staat van de kwaliteit van communicatie tussen de partijen: overheid, burgers en media. Deze partijen hebben de volgende kritiekpunten:
Politici: er is sprake van personalisering in de pers ten koste van
inhoudelijk informatie;
Burgers: trekken de neutraliteit van de berichtgeving in twijfel en klagen over sensatiezucht;
Media: stellen dat de lezers sensatiebelust zijn en dat politici niet in staat zijn helder te communiceren (saai).
Het onlangs verschenen RMO rapport ‘Medialogica’ trekt de conclusie dat het politieke debat steeds meer wordt bepaald door de mogelijkheden van de media.
De inhoud van avond ziet er als volgt uit:
- Inleiding dhr. Evers
- Reactie dhr. Vasterman
- Sprekers nemen in drie rondes om beurten plaats in een speciaal daarvoor ingerichte ‘beklaagdenbank’ , waardoor er een confrontatie mogelijk is. Na afloop van iedere ronde zal het publiek om een reactie worden gevraagd.
- dhr. Zijderveld vat het debat samen, middels eigen observatie.
- Afsluiting
2. Inleiding Huub Evers (Fontys Hogescholen)
Gesteld wordt dat massamedia een belangrijke rol spelen in de beïnvloeding van de mens. Het publieke debat wordt dan ook steeds vaker bepaald door de media. Het RMO rapport concludeert dat de media gezien kunnen worden als de decorbouwers van de publieke opinie. Hetzelfde rapport geeft de volgende kenmerken aan de huidige medialogica:
1. Snelheid: wie meldt er iets als eerste;
2. Framing: vaste interpretatiekaders die de journalistiek toepast om meningen scherp te positioneren;
3. Personalisering: het in berichtgeving steeds meer centraal stellen van emoties;
4. Ervaringsdeskundigen: burgers worden steeds vaker gebruikt om als
ervaringsdeskundige te dienen;
5. Mediahype: de media houden elkaar goed in de gaten wat betekent dat nieuws
zichzelf versterkt, zonder dat er nieuwe ontwikkelingen zijn;
6. TV beelden: versterkend beeld door het herhalen van ingrijpende televisiebeelden (bv.: vliegtuigen in WTC gebouw);
7. Interpretatie: naast het weergeven van feiten speelt de interpretatie hiervan een steeds belangrijkere rol;
8. Nieuwswaarde criterium: journalisten bepalen zelf wat nieuws is;
9. Macht van media: door de macht van de media is er tevens sprake van een belangrijke maartschappelijke verantwoordelijkheid v.w.b. de berichtgeving.
Uit het rapport blijkt vervolgens dat meer transparantie, publieke reflectie en verantwoordelijkheid in de media gecreëerd kan worden middels:
- verantwoordelijkheidsdebat;
- mediawatch instituut;
- het uitbreiden van mogelijkheden tot publieke opinie;
- geschillencommissies.
3. Reactie Peter Vasterman (Hogeschool Utrecht)
Dhr. Vasterman geeft weer dat mediahypes gevormd worden door nieuws dat zichzelf versterkt, zonder dat er sprake is van enige vernieuwende ontwikkeling. Het gevolg is dat er een nieuwe werkelijkheid ontstaat, die daarmee wel gevolgen heeft voor de bestaande werkelijkheid. Er dient door de media gestreefd te worden naar objectiviteit bij de berichtgeving van nieuws, dit kan door waarheidsgetrouw te werk te gaan.
4. Beklaagenbank
Tony van der Meulen in de beklaagdenbank Aanklacht: Het Brabants Dagblad pretendeerde in de berichtgeving rond Fortuyn objectief te zijn, maar was dat niet.
Dhr. Gevers stelt als hoofdaanklager, dat Fortuyn door de redactie van het Brabants Dagblad werd verworpen. Deze stelling wordt onderbouwd door te verwijzen naar een artikel waarin Fortuyn wordt vergeleken met Janmaat en wordt gekarakteriseerd als een ‘enge’ politicus. De statuten van de krant stellen dat de krant objectief dient te zijn. In dit geval heeft de redactie Fortuyn echter vanaf het begin in een hoek geplaatst. Gevraagd wordt waarom dit zo is gelopen.
Dhr. Van der Meulen reageert door te stellen dat in die tijd de LPF gewoon veel in de belangstelling stond. Naast het brengen van het nieuws probeert een krant ook haar opvatting over ontwikkelingen weer te geven. Hij verwerpt dan ook de aanklacht dat er over Fortuyn op een onjuiste wijze werd geschreven in het Brabants Dagblad. Tevens stelt hij dat het als krant niet mogelijk is om geheel objectief te zijn. Het belangrijkste is een eerlijke weergave van feiten, waarbij men objectiviteit nastreeft. Columns en hoofdartikelen bieden echter wel de mogelijkheid tot enige relativering.
Dhr. Dijkstal merkt m.b.t. tot berichtgeving op dat objectiviteit zeer moeilijk is, echter het dient wel zo te zijn, dat men zich baseert op de feiten. Dhr. Dijkstal benoemd 4 fases die van belang zijn tijdens de berichtgeving rond Fortuyn: aanloopfase, Fortuyn en Leefbaar Nederland, Fortuyn’s eigen partij en de fase na de moord. Hij vraagt zich af of het Brabants Dagblad over alle 4 de fases heeft geschreven en heeft geoordeeld.
Dhr. Van der Meulen geeft aan dat men zich hoofdzakelijk vanaf fase 2 op de berichtgeving heeft gestort. Hij geeft toe dat dit op dat moment eigenlijk overmatig gebeurde, waardoor men als het ware meeging met de hype. De motivatie voor deze overmatige berichtgeving komt voort uit het machtsfenomeen waar het betrekking op had en het feit dat het ging over een uitzonderlijke persoonlijkheid.
Dhr. Dijkstal vraagt zich af of er bij de redactie een fase was waarin werd besloten wel of niet mee te gaan met de hype. Dhr. Van der Meulen geeft aan dat men zich destijds realiseerde dat er sprake was van een hype, waarbij men zich afvroeg of er niet in een bepaalde mate geremd moest worden om te voorkomen dat men met de mediahype meegezogen zou worden. Achteraf valt hier pas op een correcte wijze over te oordelen, maar het is wel zo dat men hierop let.
Dhr. Dijkstal stelt dat het jaar 2002, door de samenloop van ontwikkelingen een apart jaar was. Er was sprake van het opkomen van een populist, die zich verzette tegen de gevestigde orde. Hier was veel aandacht voor, met een mediahype als gevolg.
Opmerkingen/ vragen vanuit het publiek:
Achteraf is het eenvoudig om de gang van zaken te beoordelen. Van belang is het echter om dit te gebruiken als een leerproces voor de toekomst. Gesteld wordt dat men een bepaalde mate van objectiviteit kan stimuleren door meningen van diverse personen ook als berichtgeving op te nemen. Op deze wijze wordt voorkomen dat er slechts sprake is van één mening, nl. die van de krant zelf.
De berichtgeving in het Brabants Dagblad heeft een duidelijk karakter. In hoeverre spelen financiële overwegingen een rol hierin? Dhr. Van der Meulen antwoordt, dat de losse verkoop voor een regionale krant dermate onbelangrijk is, dat hiervoor de toon van de berichtgeving niet wordt aangepast.
Commentaar Peter Vasterman:
In de discussie over objectieve berichtgeving merkt dhr. Vasterman op, dat zelfreflectie een goed middel is om te controleren of men de grip op de objectiviteit heft verloren. Dit kan men bij een krant bijvoorbeeld intern doen, middels evaluatiegesprekken of extern door periodiek een onafhankelijk artikel te publiceren.
Dhr. Dijkstal in de beklaagdenbank
Aanklacht: de politiek hanteert een dubbele moraal; enerzijds zegt men inhoudelijk te willen opereren, anderzijds doet men mee met alle op vorm gerichte debatten en spelletjes.
Dhr. Dijkstal merkt op, dat communicatie niet slaagt zonder dat er een goede balans van vorm en inhoud. Politieke partijen dragen in principe zorg voor de inhoud, maar leveren vervolgens ook de personen die deze inhoud vertegenwoordigen. Het gevolg is dat deze vertegenwoordigende personen een bepaalde mate van bekendheid dienen te krijgen, waardoor men tot communicatie van de inhoudelijke boodschap over kan gaan. Tegenwoordig is het zo dat de invloed van populisme en beeld een steeds doorslaggevendere rol krijgt, waardoor een politicus ook genoodzaakt is om middels optredens in bepaalde T.V. programma’s sympathie bij het publiek te kweken. Door de steeds grotere wordende rol van beeld in de samenleving is het gevolg dat er meer nadruk komt te liggen op de vorm. Een politicus staat zo voor een dilemma: een bepaalde mate van onmacht (hoe ga ik hiermee om), ten opzichte van hoe speel ik actief een rol (deelnemen aan T.V. programma’s).
Opmerkingen/ vragen vanuit het publiek:
Noemt u zichzelf slachtoffer van de druk die media kan uitoefenen? Dhr. Dijkstal stelt dat beeld zo dominant is geworden, met als gevolg een bepaalde mate van onmacht. Men is onderdeel van een fenomeen waar men niet uit kan stappen.
Hoe kun je ontsnappen aan dit onmachtsgevoel? Volgens dhr. Dijkstal wordt politiek op de televisie gemaakt. Het is als politicus dus noodzakelijk om zich hier ook naar te richten. Alleen nadruk op de vorm zonder aandacht voor de inhoud is echter een ongewenste situatie; de rechtsstaat, democratie, zorgvuldigheid en behoorlijkheid raken hierdoor in het geding.
Heeft uw terughoudende opstelling in de verkiezingsstrijd 2002 uw politieke loopbaan verkort? M.a.w. gaat het populisme winnen? Als men niet oppast, stelt dhr. Dijkstal, zal het populisme inderdaad de overhand gaan nemen. Door de wetenschap in te zetten en met elkaar te discussiëren, dient men in te zien dat de weg van het populisme niet de juiste is. De vrije pers dient gezien te worden als controlemiddel van de democratie, hierdoor is de media dan ook verplicht zorgvuldig te zijn.
Dhr. Vasterman merkt tenslotte op dat dhr. Dijkstal een aantal jaren geleden dezelfde mening was toegedaan en prijst zijn terughoudende opstelling.
Uit een stemming onder het publiek blijkt dat de aanklacht door het merendeel verworpen wordt (geen sprake van een dubbele moraal in de politiek)
Dhr. Gevers in de beklaagdenbank
Aanklacht: Burgers willen slechts sensatie.
Dhr. Dijkstal geeft aan dat deze sensatiebelustheid bij burgers weldegelijk aanwezig is. Sinds de jaren 60 is er sprake van een steeds beter opgeleide bevolking, die mondig is en goed weet wat ieders rechten zijn. Waarom blijken burgers vervolgens echter zo onjuist te handelen t.o.v. elkaar en overheid (verwijt: individualisering). Men heeft veel rechten en vrijheden, echter plichten en verantwoordelijkheden worden niet altijd genomen.
Dhr. Gevers stelt dat het overbodig is om burgers te beperken, waardoor je weinig invloed hebt op hun gedrag. Tegenwoordig willen burgers serieuze programma’s tot zich nemen, waarin tegelijkertijd ook een entertainment element aanwezig is.
Volgens dhr. Dijkstal is er bij berichtgeving via beeld tegelijkertijd sprake van een bepaalde mate van sensatie. Mensen hebben immers een bepaalde emotie bij beelden. Jongeren identificeren zich zeer sterk met beelden en kunnen hier zelfs ongelukkig van worden. Hij vraagt zich af in hoeverre men omgaat men nieuwe media. Dhr. Vasterman stelt dat het Internet hoofdzakelijk gebruikt wordt om zich te verdiepen in persoonlijke interesses.
Dhr. Van der Meulen nuanceert, door te stellen dat er verschillende mediaspelers zijn, die ieder staan voor een eigen positie en imago. Hierdoor hebben de diverse mediapartij allen een andere behoefte naar sensatie. In het huidige tijdperk is het bovendien zo dat er veel meer beeld in de krant verschijnt, waardoor hetzelfde nieuws meer ruimte gebruikt. Het overzichtelijk weergeven van informatie is hierdoor belangrijk.
Opmerkingen/ vragen vanuit het publiek:
- Het gebruik van beelden heeft ook positieve kanten; veel meer diverse informatie is hierdoor beschikbaar.
- Spelers dienen ook de durf te hebben om niet mee te gaan met bepaalde populistische acties. Burgers zouden dit kunnen doen door bijvoorbeeld niet op een populist te stemmen.
- Publieke reflectie en het voeren van een open discussie (tussen journalist burger) zijn manieren om verantwoording aan elkaar af te leggen.
5. Epiloog dhr. Zijderveld
Een belangrijke conclusie van dit debat is dat we momenteel steeds meer leven in een beeldcultuur. In de Middeleeuwen was dit ook het geval, doordat niet iedereen kon lezen speelden beelden een belangrijke rol. Door de boekdrukkunst ontstond er vervolgens een woordencultuur.
De samenleving wordt overspoeld met een zeer grote hoeveelheid informatie, met als nadelig gevolg dat ook veel informatie wordt vergeten. Het Internet vormt een geweldig archief; een groot nadeel hiervan is echter dat de huidige samenleving vervluchtigd. Weerstand bieden tegen deze vervluchtiging, kan door bepaalde zaken niet te accepteren. Zelfreflectie en confrontatie hiervan middels bijvoorbeeld een debat kunnen als middel in de strijd worden gezien.
Jongeren lezen de krant tegenwoordig vaak in de vorm van Spits of Metro, die gekenmerkt worden door een beknopte berichtgeving. De steeds groter wordende groep ouderen, krijgt als het gevolg van het ouder worden echter steeds meer behoefte aan zelfreflectie. Commentaar via de krant komt zo meer in de belangstelling en vormt dus een groeiende markt voor de uitgevers van geschreven media.
Van belang is het dat de media hun eigen verantwoordelijkheid nemen m.b.t. tot de macht die ze hebben. Politici dienen echter door het schrijven van columns en commentaren deel te nemen aan de publieke discussie. Deze informatie heeft namelijk een bepaald gezag, waardoor lezers een duidelijkere keuze kunnen maken over het belang van bepaalde informatie (waarde).
In het debat werd gesteld dat objectieve berichtgeving niet mogelijk is (overeenkomstig de sociale wetenschap). Objectiviteit, stelt dhr. Zijderveld, is echter wel nastrevenswaardig. Het gaat om het weergeven van feiten. Subjectieve informatie is noodzakelijk i.v.m. de identiteit van een krant, deze dient dan echter wel geformuleerd te worden in de daartoe bestemde vormen (columns etc.).
6. Afsluiting dhr. De Kroon
Dhr. De Kroon bedankt de sprekers, organisatoren en publiek voor hun komst en inbreng. Het laatste debat in 2003 zal plaatsvinden op 11 december. Het eerste debat van 2004 vindt vervolgens plaats op 27 januari en heeft als onderwerp: ‘Koos Werkeloos’.
Tilburg, 8 december 2003