Verslag Debat Europa: wat heb ik daar nou aan?
Datum: 18 mei 2004
Tijd: 20.00 – 22.00 uur
Locatie: Theater de Vorst, Tilburg
Sprekers (kandidaats) Europees Parlementsleden:
- Arend-Jan Boekestijn: Universiteit van Utrecht
- Ieke van den Burg: PvdA
- Lambert van Nistelrooy: CDA
- Marianne Kallen: VVD
- René Roovers: SP
- Sammy van Tuyl: Democratisch Europa
- Suzane Dekkers: D66
- Theo Bouwman: GL
- Ralf Bodelier: Words Unlimited, tevens discussieleider
1. Opening
Dhr. Bodelier heet alle aanwezigen van harte welkom. Voor de bijeenkomst van vanavond zijn een aantal (kandidaats) Europarlementariërs uitgenodigd, die het in debatvorm tegen elkaar gaan opnemen met als onderwerp de Europese Unie (EU).
Het publiek en de debaters wordt gevraagd om naargelang hun houding t.o.v. de EU (voorstander, tegenstander en twijfelaar) plaats te nemen op speciaal daarvoor ingerichte tribunes.
Eerste reacties van toeschouwers betreffende hun algemene houding over de EU:
Tegen
- Het gaat alleen om economische belangen;
- Democratie is op een zo grote schaal niet mogelijk;
- Een centraal orgaan kan niet functioneren voor geheel Europa.
Voor
- De kans op oorlog wordt binnen Europa via de EU gereduceerd;
- De EU als antwoord op ‘gevaarlijke’ krachten vanuit de Verenigde Staten.
Twijfelaars
- Hoe zit het met de afstand tussen Europa en een aantal zwakkere landen?
- Fort Europa keert zich tegen armere landen;
- De EU is een complex, ondoorzichtig orgaan;
- Men vreest voor het verliezen van regionale karakteristieken.
Eerste reacties van de sprekers:
Dhr. Van Nistelrooy (CDA)
Stelt zich verkiesbaar voor de aankomende verkiezingen en wil de positie van Brabant in Europa verstevigen, middels een brede vertegenwoordiging.
Marianne Kallen (VVD)
De VVD gaat wederom voor 6 zetels in het Europees Parlement (EP). Op de vraag of de 27 zetels waarover Nederland in het EP beschikt niet voor een te geringe invloed zorgt, stelt mevr. Kallen dat het ook gaat om het uitdrukken van de liberale achtergrond. De invloed hiervan gaat verder dan alleen de Nederlandse zetels.
Theo Bouwman (GL)
Dhr. Bouwman is de afgelopen vijf jaar commissievoorzitter geweest en zal zich niet meer verkiesbaar stellen. Op de vraag hoe het zit met de vermeende corruptie van Europarlementariërs, blijkt dat er een gedragscode is voorgesteld waarin een gedeelte van de reiskosten aan het EP worden gerestitueerd.
Ieke van den Burg (PvdA)
Na een periode van vijf jaar als Europarlementariër zal zij haar werkzaamheden gaan voortzetten als vakbondsbestuurder.
Suzanne Dekker (D66)
Na haar werkzaamheden als lid van de Tweede Kamer keert zij terug in de politiek.
Sammy van Tuyl (Democratisch Europa)
Dhr. Van Tuyl tracht zich met een nieuwe partij te vestigen bij de verkiezingen van 10 juni. Gesteld wordt dat het EP de kiezers weinig tot de verbeelding spreekt doordat Nederland slechts beperkte inspraak heeft.
René Roovers (SP)
De ervaring die dhr. Roovers heeft opgedaan ten tijde van de liberalisering van de markt voor het Openbaar Vervoer kan bruikbaar zijn op Europees niveau.
Dhr. Bodelier stelt vervolgens dhr. Boekestijn voor. Als columnist en historicus zal hij in betoogvorm de voor en nadelen van de EU aan de orde stellen.
2. Inleiding dhr. Boekestijn
Dhr. Boekestijn stelt dat de legitimiteit van de EU momenteel moeilijk ligt. Dit blijkt oa uit de lage opkomstcijfers tijdens de verkiezingen van het EP.
Een aantal mogelijke verklaringen hiervoor worden als volgt gesteld:
De oorspronkelijke reden van oprichting van de EU wordt verondersteld het voorkomen van oorlog te zijn. Dit is echter niet juist, het gaat hoofdzakelijk om het behartigen van de nationale economische belangen. De federale mythe wordt echter steeds opgeklopt.
Europa beschikt niet over een echte Europese Regering. De werking van de Europese Commissie, Europese Raad en het Europese Parlement wijkt af van de werking van vergelijkbare organen bij de natiestaten.
De Europese Unie verondersteld gemeenschappelijk te zijn, terwijl Europa in werkelijkheid zeer verdeeld is.
Frankrijk en Engeland beschikken over een zetel in de Veiligheidsraad. Er is echter geen sprake van een Europese zetel, waardoor bepaalde buitenlandse zaken onderbelicht kunnen worden.
Er is geen sprake van een Europees volk en taal.
Over het geografische gebeid van Europa bestaat geen overeenstemming.
Etnische minderheden zorgen voor een groot probleem v.w.b. volkerenstromen in Europa.
Europa is enigszins decadent, als Europeaan is men niet bereid om te sterven voor Europa. Daarnaast zijn er maar twee landen die de beschikking over een geschikt leger hebben.
Hoe onderscheidt Europa zich van de rest van de wereld (identiteitsprobleem). Er vindt een bedreiging plaats van de Europese dynamiek en de sociale bescherming.
Europese Unie staat bekend als nationale belangenverzoener.
Een aantal mogelijke verklaringen die het belang van de EU benadrukken:
Voor WOII was Nederland eigenlijk een economische provincie van Hitler. De handelspolitiek was zeer slecht. In dit opzicht heeft de EU geleidt tot een enorme vooruitgang voor een klein land als Nederland.
Voor landen als Spanje, Portugal en Griekenland heeft Europa democratie bestendigend gewerkt. Dit zou ook het geval kunnen zijn voor de nieuw toegetreden landen uit Oost-Europa.
Het creëren van verzorgingsstaten heeft als gevolg dat pressiegroepen het slachtoffer worden. De verzorgingsstaat wordt fit gehouden door integratie. Dit is van belang voor de zwakkeren in de samenleving.
Met het oog op de toekomst dient het gemeenschappelijke landbouwbeleid hervormd te worden. Hier is men al zeer lang mee bezig. Daarnaast vreest men over het algemeen de gevolgen die de toestroom van werknemers uit Oost-Europa met zich brengt. Wetenschappelijk gezien zal het vrije arbeidsverkeer op de lange termijn echter altijd voordelig zijn.
Reacties m.b.t. de inleiding van dhr. Boekestijn:
Wat is uw houding ten opzichte van milieu- en energiezaken op Europees niveau?
- Het stellen van minimumeisen in de milieuwetgeving is een te eenvoudig standpunt. Bepaalde landen zullen op de korte termijn niet aan alle voorwaarden kunnen voldoen. De oplossing zou zijn om op korte termijn de wetgeving iets te versoepelen. Het bijkomstige probleem is dat dit dan weer de eensgezindheid van afspraken aantast.
Mevr. Dekkers stelt, dat het beeld dat dhr. Boekestijn schetst niet in overeenstemming met haar ervaring is. Bij de samenwerking tussen de Europese lidstaten is er weldegelijk sprake van Europese inspiratie. Daarnaast mist zij de wetenschappelijke onderbouwing van het betoog van dhr. Van Boekestijn.
Dhr. Bouwman geeft aan dat dhr. Boekestijn een onderhoudende column over Europa heeft samengesteld. De ontstaansgeschiedenis van de EU kent echter ook een gedeelte die bestaat uit oorlogen en internationalisering van bedrijven, dit gedeelte komt in het betoog niet naar voren.
Dhr. Roovers kan zich grotendeels vinden in de omschrijving van dhr. Boekestijn. Kritiek kan alleen maar tot verbetering leiden en doordat Nederland geen zeggenschap over Europa heeft zal de kritische houding blijven bestaan.
Dhr. Van Tuyl sluit zich aan bij de beschrijving van de onvrede die er momenteel bestaat t.o.v. de EU, waardoor de kiezers niet gaan stemmen. Het feit dat het EP bestaat uit een samenvoeging van nationale belangen is incorrect.
3. Politiek Blok
Dhr. Bodelier nodigt de politici uit om te discussiëren aan de hand van een drietal stellingen.
1. Europa kan leiden tot het verliezen van de Brabantse identiteit.
Dhr. Van Nistelrooy stelt dat Europa er juist toe kan bijdragen dat de regio’s hun identiteit versterken doordat zij zich dienen te emanciperen. Indien regio’s zich sterker maken kunnen zij de nationale overheid overtuigen van hun belang.
Dhr. Roovers wijst op het belang van de regionale identiteit, daarnaast is de economische realiteit echter een belangrijke factor. Verwezen wordt naar het voorbeeld waarin door schaalvergroting alleen grote boeren van subsidies hebben geprofiteerd.
Dhr. Bouwman stelt dat een aantal regio’s beleid hebben gemaakt en daardoor hebben kunnen profiteren van de herverdeling van middelen door de Europese Unie. Er zijn echter ook regio’s waar dit niet gelukt is.
Mevr. Dekker stelt dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid naast voorspoed ook een aantal nadelige gevolgen met zich heeft gebracht. D66 is derhalve voor een wijziging van het landbouwbeleid.
2. Arbeidsmigratie. Leidt de uitbreiding van de EU tot verlies van de werkgelegenheid?
Mevr. Van den Burg geeft aan voor het vrije verkeer van werknemers te zijn, maar tegen het verdringen van de huidige werkgelegenheid middels goedkope arbeid. Gezonde concurrentie is goed, dit dient vervolgens wel onder voor iedereen gelijke voorwaarden plaats te kunnen vinden. Dit betekent o.a. dat arbeidsrecht op Europees niveau tot stand dient te komen.
Dhr. Bouwman geeft aan dat dit onderwerp momenteel enorm in de belangstelling staat. Uit onderzoek blijkt dat werknemers uit goedkopere landen niet massaal naar Nederland zullen komen. Het gebruik maken van outsourcing door bedrijven vindt door de globalisering ook buiten Europa plaats.
Mevr. Kallen stelt dat het vrije verkeer van werknemers een goede zaak is. Werknemers uit Oost-Europa zullen zeker naar Nederland komen. Het voordeel is dat zij het werk voor hun rekening nemen dat niet door Nederlanders gedaan wordt. Daarnaast zullen zij zich maar tijdelijk vestigen in Nederland om vervolgens weer naar hun moederland terug te keren.
Dhr. Roovers vindt het geen goede zaak dat personen door heel Europa dienen te zwerven om aan het werk te komen. Het bieden van perspectief in eigen land is daarom essentieel.
Mevr. Dekker geeft aan dat naast risico’s het vrije verkeer van werknemers ook een uitdaging met zich brengt. Investeringsprocessen in nieuwe landen zorgt immers voor nieuwe mogelijkheden.
3. Dankzij Europa wordt Brabant stukken veiliger
Dhr. Van Tuyl stelt dat het vrije verkeer mogelijkheden voor criminele activiteiten biedt. Het is dan ook zaak om de Europese criminaliteitsbestrijding te optimaliseren.
De instituten Europol en Eurojust dienen volgens mevr. Kallen over meer capaciteit en budget te beschikken om tot actie te kunnen overgaan.
Dhr. Roovers verwijst naar het Europese Arrestatiebevel, waarin inwoners van een land direct kunnen worden uitgeleverd zonder dat de eigen wetgeving geldt. Daarnaast wijst dhr. Roovers op het belang van burgerinspraak m.b.t. de nieuwe Europese grondwet. Een referendum hierover had eigenlijk voor de verkiezingen van 10 juni plaats dienen te vinden.
Mevr. Van den Burg stelt n.a.v. een vraag over de veiligheid van geld, dat er momenteel geen sprake is van meer vals geld, maar dat men te weinig mogelijkheden heeft geboden om vals geld te herkennen.
Dhr. Van Tuyl vraagt zich af wat er aan het onvrede gevoel (ongrijpbaar, bureaucratisch, afstandelijk), dat er momenteel t.o.v. het EP bestaat gedaan gaat worden. Hij stelt voor om over te gaan tot een Europese kieslijst waardoor er veel meer duidelijkheid ontstaat. Zo wordt de ondergeschiktheid van kleinere lidstaten omzeild.
Mevr. Kallen ziet ook meer toekomst in een Europese Partij, dit idee wordt momenteel echter door de Raad van Ministers tegengehouden.
3. Afsluiting
Dhr. Bodelier bedankt alle aanwezigen voor hun aanwezigheid en inbreng.
Iedereen wordt daarnaast uitgenodigd voor het volgende debat dat zal plaatsvinden op 21 september en waarin de VS het centrale onderwerp zal zijn. Meer informatie hiervoor kunt u terugvinden op www.brabantbalie.nl
Tilburg, 4 juni 2004
LD