Verslag van het mantelzorgdebat op maandag 27 november 2006 in het provinciehuis in 's-Hertogenbosch

Debat mantelzorg: een zoektocht naar balans

Dat de mantelzorg niet alleen in de politieke arena een actueel en brisant thema vormt werd stante pede duidelijk tijdens het debat Mantelzorg in balans dat op 27 november in het Provinciehuis in Den Bosch werd gehouden. Amper had discussieleider Harrie Kemps de aftrap verricht en waren de woorden van inleiders Letty Demmers (burgemeester van Best en voorzitter van de Brabantse Raad voor de Informele Zorg) en Marion Gherbaz (hoofd Bureau Zorg en Welzijn van de Provincie Noord-Brabant) vervlogen of het eerste handvol deelnemers in de met 145 bezoekers gevulde Statenzaal repte zich al naar de interruptiemicrofoon met hartenkreten, door de aanwezigen beantwoordt met even zovele blijken van adhesie.
Een mantelzorgmakelaar was het ter ore gekomen dat de belasting steeds vaker bij mantelzorgers op de stoep staat met "navorderingen vanwege loon in natura). De wereld op zijn kop, aldus veel van de mensen in de zaal. "Akkefietjes met de fiscus" die volgens deze critici het duidelijkste bewijs leveren dat de mantelzorg nog steeds niet de maatschappelijke erkenning krijgt waar ze recht op heeft. Reden voor een vertegenwoordiger uit Breda om de verhinderde gedeputeerde Brigitte van Haaften op te roepen haar politieke verantwoordelijkheid te nemen. ,,De komende tijd moeten de Haagse partijen een kabinetsakkoord in elkaar zien te sleutelen. Het zou mooi zijn als er bij hen vanuit de provincies voldoende signalen binnenkomen waarin wordt gevraagd om extra ruimte voor de mantelzorg in dit land."
Mantelzorg in balans, Provinciaal Debat over belangrijke dilemma"s in de (mantel) zorg komt op een moment dat ook in Brabant de samenleving zich massaal bezint over de rol die de informele zorg in het Nederland van de toekomst moet spelen. Aan de ene kant lijkt het evident dat de mantelzorger de komende decennia een spilfunctie in het steeds duurder wordende zorgstelsel zal moeten vervullen. Immers, de vergrijzing nadert zijn naoorlogse piek en zal de zorg een ruime periode belasten met een tophypotheek. Aan de andere kant moeten de groeiende tekorten op de arbeidsmarkt opgevuld worden. Naarmate een groter beroep wordt gedaan op de zorgcapaciteit van vrouwen en ouderen zullen zij minder beschikbaar zijn voor betaald werk.

Hoe verder?

Als de mantelzorg dan inderdaad steeds meer aan gewicht zal gaan winnen, hoe dient dat dan te gebeuren? Welke maatschappelijke condities horen er dan te gelden; financieel, en qua ondersteuning, faciliteiten en scholing? Waar leggen we de grens van wat nog wel geoorloofd is te vragen aan dit leger van duizenden en wat niet, om te voorkomen dat de mantelzorger van vandaag de patiënt van morgen is. Is dit een verhaal van rechten of alleen plichten? Welke maatstaven voor kwaliteit houden we aan? Welke rol moeten de werkgevers in dit krachtenveld spelen? Hoe nemen we drempels weg voor de mantelzorg. Op welke wijze zouden extra investeringen in de professionele zorg tot een betere positie van zorgontvangers, zorgverleners en de Nederlandse economie kunnen leiden? Kortom; is er een betere balans mogelijk tussen formele en informele zorg en hoe vinden we een betere balans in de verdeling van mantelzorg en betaald werk tussen mannen en vrouwen?Om al deze facetten aan de orde te laten komen in de discussie was het programma opgedeeld in drie blokken met als hoofdthema"s: ondersteuning mantelzorgers, wel of geen zaak van de steunpunten, de verhouding tussen betaalde arbeid en mantelzorg en méér professionele of méér informele zorg? Bij elk van deze onderwerpen vertolkten twee sprekers sterk uiteenlopende stellingen waarna de zaal zich in het debat voegde. Aan de hand van stemmingen werd meermalen gepeild wat de deelnemers (mantelzorgers, raadsleden, en vertegenwoordigers van gemeentebesturen, organisaties voor informele zorg en patiëntenbelangen, werkgevers- en werknemersorganisaties, zorgverzekeraars en ambtenaren) vonden van de stellingen. Het debat in drie bedrijven werd afgesloten met een plenaire vaststelling van een aantal aanbevelingen die de balans tussen formele en informele zorg in de toekomst moeten verbeteren.

Eerste bedrijf

Wel of geen steunpunten voor mantelzorgers?

Met de WMO in zijn portefeuille ontpopte wethouder Peter van Dongen uit Waalwijk zich als een hartstochtelijk pleitbezorger voor een dekkend netwerk van steunpunten in Noord-Brabant ter voorkoming van de overbelasting van mantelzorgers. Zijn argumenten? ,,We willen de participatie van burgers versterken en hun zelfredzaamheid centraal stellen. Wij hebben in Waalwijk een Pluspunt en een Loket Mantelzorg waarin 17 partners samenwerken. In het kader van de WMO zijn we bezig met de inrichting van zeven Pluswijken waarin zorg, welzijn en wonen in samenhang uitgewerkt worden. Er is zelfs een pilot waarin burgers hun eigen ontwikkelingsplan voor de komende tien jaar samen stellen. In zo"n aanpak zijn steunpunten voor mantelzorgers noodzakelijk. Ze geven emotionele steun aan deze mensen, verstrekken advies en informatie, kortom, ze ontlasten de mantelzorger en dat is hard nodig."
Zijn opponent Kirsten Emous sloeg een geheel andere toon aan. Zij is wetenschapsjournalist en schreef onder meer De Loden Mantel waarin de voetangels en klemmen in de mantelzorg ruimschoots de revue passeren. Steunpunten? Onzin, vindt ze. Zoethoudertjes voor mantelzorgers die beter gebaat zijn bij méér professionele hulp. ,,De helft van de mantelzorgers heeft geen thuiszorg. Je baan, je leven, je pensioen, je sociale contacten; alles lever je in als mantelzorger. Wat stellen de steunpunten daar tegenover: wat lotgenotencontact, een dure campagne en bureaucratisering. Een echte mantelzorger wil niet van zijn eigen AWBZ premie een weekeindje weg of een praathulp over de vloer. Die wil op de bank uitrusten in het besef dat er onder die bank gestofzuigd is. Rondom de mantelzorg is een miljardenindustrie opgebouwd die je moeiteloos kunt opdoeken. Het geld dat dan vrijkomt kun je vervolgens gebruiken om meer professionals in de zorg aan te trekken."
Het aplomb waarmee Emous haar uitgesproken standpunten verdedigden veroorzaakte veel commotie in de Statenzaal. Een mantelzorgmakelaar uit Den Bosch. ,,De steunpunten nemen veel taken voor hun rekening. Wat ze doen is niet te onderschatten." Hij kreeg bijval van een collega uit Tilburg. ,,De emotionele ondersteuning die ze voor hun rekening nemen is belangrijker dan iedereen denkt. Daar komt bij: in de professionele zorg zijn 70 duizend mensen extra nodig. Waar haal je die uit de hoge hoed. Ze zijn er niet, en zolang ze nog niet gevonden zijn heeft het weinig zin die steunpunten op te doeken." Toch zijn er mantelzorgers die ook twijfels hebben over de werkwijze van de steunpunten. Een van hen: ,,Ik vind dat ze heel bevoogdend werken. Bovendien doet hun aanpak weinig recht aan de grote verschillen die er zijn van situatie tot situatie. Als je een mantelzorger een PGB geeft kun je daarop anticiperen."
Was vooraf 95% van de deelnemers aan het debat het eens met de stelling van Peter van Dongen en 5% het oneens; ná het debat lag die verhouding op 90-10. Kirsten Emous stuitte voordat ze haar betoog afstak op 60% tegenstanders en 40 % voorstanders; nadien ondersteunde 60% haar betoog en was 40% tegen..

Tweede bedrijf

Betaald werk en mantelzorg; hoe regelen we het?

Tineke van de Kraan, directeur van de FNV Vrouwenbond behoort niet tot het slag twijfelaars. ,,Twee derde van de mantelzorgers heeft betaald werk. Daar moeten de werkgevers rekening mee houden. Het wordt steeds moeilijker om aan goed personeel te komen. Dan is het belangrijk dat werkgevers zich met hun secundaire arbeidsvoorwaarden profileren. Door meer mogelijkheden te bieden aan de mantelzorgers onder de medewerkers kunnen bedrijven meteen ook een positieve invulling geven aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De FNV vindt dat in het kader van de CAO sluitende afspraken moeten worden gemaakt over mantelzorgverlofregeling, flexibele arbeidstijden,en tijdelijk deeltijdwerk. Daarnaast moet de overheid bereid zijn mogelijke fiscale nadelen van mantelzorg weg te nemen."
Peter van Run, secretaris van de Brabants Zeeuwse Werkgevers (BZW) vindt dat het maken van afspraken over mantelzorg thuishoort binnen een minder bindend systeem als de CAO. Nog meer regels erbij wil het bedrijfsleven niet. Veeleer is het een zaak van werknemer en werkgever onder elkaar. Die zijn volwassen en redelijk genoeg om daar samen in den minnen uit te komen, zoals het hoort binnen moderne arbeidsverhoudingen, voerde van Run aan. ,,Bilateraal komen beide partijen er wel uit, is mijn indruk, want ik krijg geen signalen dat er problemen ontstaan rond kwesties die met zorg thuis van doen hebben. Dat het in de praktijk echter minder eenduidig ligt bleek uit het relaas van Tine Ansems. Haar dochter moest een zware operatie ondergaan, waarna haar schoonzoon bij zijn directeur vroeg om een tijdelijke aanpassingen van de arbeidstijden. ,,Een dag in de week wilde hij vrij hebben. Als je daaraan vasthoudt kun je de WW in, kreeg hij te horen." Volgens een mantelzorgmakelaar in de Statenzaal behoort het onder meer tot zijn opdrachten om belemmeringen als hierboven geschetst weg te nemen. ,,Een argument voor ons is daarbij dat als een werkgever zich te star opstelt hij met meer grijs ziekteverzuim geconfronteerd wordt. Daar is hij niet mee gebaat en bovendien blijft het probleem dan onzichtbaar."
Maar het kan ook anders, getuige het verhaal van Harry Rot uit West-Brabant. ,,Het mag wel eens worden gezegd dat er óók heel andere werkgevers bestaan. Toen mijn vrouw ernstig ziek was heb ik van mijn baas alle tijd gehad om elke dag de kinderen naar school te brengen. Dat werd niet eens van mijn snipperdagen afgehouden. Na een jaar was alles weer in kannen en kruiken en kon ik weer gewoon mijn uren draaien." Haaks hierop stonden de wederwaardigheden van een ambtenaar uit Tilburg. ,,Ik wilde terug van 36 naar 30 uur in de week met een wisselende vrije dag. Dat bleek toch moeilijk te realiseren."
Letty Demmers, burgemeester van Best voerde nog een ander aspect aan. ,,We hebben ouderschapsverlof. We zien helaas dat deze regeling ook door personeelsleden wordt gebruikt om hun huis te verbouwen. Maar je moet iets, want je mensen zijn je eerste kapitaal. Het probleem van regels is dat ze uitgaan van de massa en de massa is nooit aanspreekbaar." Voor Van Run (BZW) waren deze woorden reden om nog eens tegen het vaststellen van strakke bepalingen te pleiten. ,,Zet er geen protocollen op; dat werkt averechts. Met een "loyale" verhouding zonder regels kun je ook maatwerk verlenen."
Volgens één deelnemer is het bespreken van zorgproblemen aan het thuisfront met een leidinggevende op je werk nog altijd een taboe. ,,Een werkgever moet daarom duidelijke communiceren dat er ruimte is voor afwijkende werktijden. Als je het niet op papier regelt gaat het vaak niet goed." Wat de stellingen betreft van het tweetal vond Tineke van der Kraan een overdonderend grote meerderheid aan haar kant. Honderd procent in eerste, en 99% in tweede instantie vond dat werkgevers zorg dienen te dragen voor faciliteiten voor mantelzorgers. Peter van Run vond weinig medestanders voor zijn visie dat er op de werkvloer geen speciaal beleid nodig is ten faveure van de mantelzorg. Was in aanvang 2 % van de aanwezigen het met hem eens, na de discussie was dit percentage opgelopen naar 20 %.

Derde bedrijf

Méér informele of méér professionele zorg?

Volgens Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie aan de Universiteit van Utrecht en Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek moet de samenleving anders worden ingericht om te waarborgen dat er in de toekomst voldoende zorg kan worden geboden, informeel zowel als professioneel. Naarmate een groter beroep wordt gedaan op de zorgcapaciteit van vrouwen en ouderen zijn zij minder beschikbaar voor betaald werk. Nu lijkt dat allemaal nog niet zo te bijten, maar bij een toenemende zorgvraag uit hoofde van de vergrijzing en een groeiende arbeidsparticipatie van vrouwen kan de spanning de komende jaren snel oplopen. ,,De mensen blijven langer leven en langer werken. Wie zorgt er dan nog voor wie. Vooral de groep tachtig plussers zal een groot beroep doen op de mantelzorg. Mantelzorg zou niet ten koste moeten gaan van de maatschappelijke participatie. Volgens berekeningen moet straks een op de vijf mensen in de zorg werken om het allemaal bij te kunnen sloffen. Ik zie dat niet gebeuren. Daarom is het belangrijk dat we onze voorzorgen nemen als maatschappij en sterk investeren in preventie. Verkeer, vervoer en wonen zijn nu nog steeds slecht toegankelijk voor groepen burgers die zorg nodig hebben. Als je dat beter regelt voorkom je dan mensen al in een vroeg stadium een appél moeten doen op mantelzorg. Dat klinkt wat koel en kil, maar ik denk dat de generatie na ons daar geen problemen mee zal hebben. Ook de technologie biedt nog volop mogelijkheden om de zorgdruk te verminderen. Met een beter gebruik van computers en de maximale inzet van ICT kun je de zorgvraag ook terugdringen."
Ciska Joldersma, tweede kamerlid van het CDA daarentegen gelooft dat alle opties open kunnen blijven: zowel méér betaald werk als een groter aandeel van de mantelzorg. ,,Zeventien procent van de vrouwen heeft last van de mantelzorg omdat die altijd ten koste gaat van de vrije tijd. Daarom moeten wij als politiek zoveel mogelijk belemmeringen wegnemen. Dat is nog altijd niet goed geregeld, maar er zijn wel plannen en ideeën. Zo zouden mantelzorgers ook in aanmerking kunnen komen voor een PGB en moeten mantelzorgers op hun 57,5 worden vrijgesteld van sollicitatieplicht. En mantelzorgers moeten zelf duidelijk aangeven wanneer het teveel is in plaats van alsmaar de grenzen op te rekken. Dat ook méér vrouwen betaald zullen gaan werken is logisch. Zeker de jongere generaties vinden het de normaalste zaak van de wereld om zelfstandig te leven. Maar het hoeft elkaar niet te bijten."
Een raadslid van de gemeente Cranendonck vroeg vooral aandacht voor de positie van de jeugd. Zij nemen een cruciale positie in omdat ze straks ook als mantelzorger hun bijdrage moeten leveren. ,,De huidige discussie gaat teveel over de korte termijn. We moeten de jeugd aanspreken; ze laten zien dat mantelzorg ook leuk en dankbaar werk kan zijn." Joldersma pleitte in dat verband voor maatschappelijke stages. ,,Ik vind dat al veel jongeren sociaal engagement laten zien. Met zo"n stage kun je bij hen in nog sterkere mate betrokkenheid aankweken voor wat er allemaal in de samenleving speelt." Een vertegenwoordiger van een mantelzorgorganisatie maakte kenbaar dat vooral de "emotionele zwaarte" van het mantelzorgerschap vaak wordt onderschat. ,,Daar hoor ik hier weinig over. Mensen willen doorgaans graag voor de ander zorgen, maar ze voelen zich ook vaak schuldig, denken dat ze tekort schieten. In veel gevallen is het ook niet echt een keuze, je voelt je moreel verplicht om voor de zorgvragende in de bres te springen." Schippers waarschuwde ervoor om mantelzorg en professionele zorg met dezelfde maatstaven te beoordelen. ,,Ze zijn niet inwisselbaar. Vooral de basale verzorging komt voor rekening van mantelzorgers. Belangrijk is dat professionele zorg en mantelzorg elkaar niet de bal toespelen."
In de "stellingenstrijd" bleek het oordeel over Joldersma"s mening redelijk vast te liggen. Vooraf was 99 % van de populatie in de zaal het eens met haar stelling dat mantelzorg en betaald werk elkaar niet in de weg hoeven te zitten als de overheid de mantelzorg daadwerkelijk ontlast. Na haar betoog en het debat hierover was dat percentage gedaald tot 97 %. Schippers trok iets minder aanhangers voor zijn zienswijze dat er méér professionele zorg nodig is omdat het arbeidsmarktbeleid van de overheid en het beroep op méér mantelzorg niet met elkaar in evenwicht te brengen zijn. Aanvankelijk trok 90% van de deelnemers de "groene kaart" ter instemming met deze stelling. Na de zaaldiscussie bleef daar 85 % van over.

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak