Verslag duurzaamheiddebat van 23 januari 2007 in het gemeentehuis van Boxtel
"Je moet de kip met de gouden eieren niet plukken maar voeden"
Wat is het toekomstperspectief van het Brabantse platteland? Hoe leveren de beleidsmakers, gebruikers, burgers, ondernemers en politici voor de komende generaties een buitengebied af dat zowel duurzaam, als krachtig en leefbaar is? Welke kansen vragen erom verzilverd te worden? Allemaal vraagstukken die ten grondslag lagen aan het vijfde duurzaamheiddebat van Telos, de provincie Noord-Brabant en Brabant Balie dat onder de titel "Platteland als wisselgeld? Ondernemen op het Brabantse platteland" op 23 januari in het gemeentehuis van Boxtel plaatsvond. Dat er grote veranderingen op het platteland (vanouds belangrijk drager van de Brabantse identiteit) aanstaande zijn is het laatste decennium steeds duidelijker geworden. De landbouw verliest zijn functie als exclusieve economische peiler; naar verwachting loopt het aantal agrariërs, mede als gevolg van de Reconstructie, de komende twintig jaar terug van vijftienduizend naar vijfduizend.
Daarnaast liggen er claims van natuur en landschap, recreatie, en het waterbeleid en eist ook de stedeling zijn deel op waar het de ruimtelijke inrichting betreft. Kortom, welke marsroute moet Brabant destilleren uit deze kluwen van vaak tegenstrijdige belangen, inzichten, bedreigingen en uitdagingen? Ten overstaan van de 150 aanwezig maakte commissaris van de Koningin Hanja Maij-Weggen duidelijk dat er vooral een zware druk ligt op de ondernemers in het landelijk gebied dat meer en meer multifunctioneel van karakter wordt. Zij moeten door vernieuwing en innovatie de verbreding van de plattelandseconomie vorm geven, zonder dat de typerende kenmerken van dit gebied erdoor verloren gaan.
Streekproducten, het vermarkten van het landschap en de aanwezige agrarische kennis, toerisme, biologische bedrijvigheid, zorg, groene en blauwe diensten; allemaal sectoren die de traditionele bestaansbronnen in het landelijk gebied kunnen aanvullen. "Het platteland van Brabant anno nu is al veelzijdig en kleurrijk, maar lukt het ons ook om leefbaarheid en kwaliteit toe te voegen en natuur en landschap in stand te houden? Het is zoeken naar een nieuwe balans", aldus de woorden waarmee de Brabantse commissaris de grote dilemma"s voor de debatavond op tafel legde. Na de drie inleidingen (zie kaders) was het woord aan de zaal en het panel, met daarin drie ondernemers die in het buitengebied actief zijn: Charles Arentsen, Manager Operations van de Suikerunie, Leo Beckers, directeur van een adviesbureau in de recreatie en Johan Martens biologisch producerend agrariër en zorgboer in Biezenmortel.
Oude wijn in nieuwe zakken?
Laatstgenoemde opende de discussie met de vaststelling dat van de overheid niet teveel verwacht mag worden op dit front. "Voor de grote veehouders zijn er landbouwontwikkelingsgebieden ingericht, maar met de rest van het platteland weet de overheid nauwelijks raad. Met als gevolg dat men niet veel verder komt dan oude bedrijven in een nieuw jasje steken." Martens zelf gooide de afgelopen tien jaar het roer radicaal om. Van traditioneel melkveehouder werd hij "verbrede boer" met zoogvee, ouderenzorg, natuurbeheer en recreatie. Een parcours dat hij met vallen en opstaan aflegde. Volgens hem vindt de vernieuwing van het platteland vandaag de dag vooral plaats op "de boerderij en niet bij de overheid".
,,Er zijn kaders nodig, want het landelijk gebied verrommelt. Het probleem is dat een overheid niet veel meer kan doen dan opschrijven wat er gaande is en versnelling geven aan dit proces. Mijn ervaring is echter dat ze eerder op de rem trappen dan snelheid maken.Ik heb voor mijn zorgboerderij vijf jaar moeten knokken tegen de bureaucratie. De boeren hebben voor de diversiteit van Brabant gezorgd. Ze zijn prima in staat om aan landschapsonderhoud te doen,maar dan moet er wel een vergoeding tegenover staan. De provincie moet het mogelijk maken om dat landschap van Noord-Brabant weer aan te kleden."
Arentsen kon zich voor een belangrijk deel vinden in de analyse van Martens. "Ik constateer helaas dat de overheid een onbetrouwbare partner is. Wat ik mis is de visie op de dag van morgen. De overheid kijkt primair naar de korte termijn." Beckers daarentegen meende dat de overheid onterecht in het beklaagdenbankje werd gezet. "De schuld ligt voor een groot deel bij onszelf. De veelheid aan regels die nu bestaat is juist ontstaan omdat het maatschappelijk en economisch proces niet in balans was. Als we nieuw beleid willen moeten we ook nieuwe regels maken. Wat wensen wij nu op het platteland: economie of landschap? Je moet keuzes maken, waarbij je gezamenlijk optrekt op de factor duurzaamheid."
Ook Arentsen onderschreef in grote lijnen Beckers appèl voor meer duurzaamheid. "Daarbij moet je vooral goed kijken naar de omgeving, want landschap is continu in ontwikkeling. Ook de maatschappij wil dat een bedrijf zich duurzaam opstelt. Als je dat niet doet dan zet je jezelf aan de zijlijn." Arentsen verwees in dat verband naar de activiteiten van de Suikerunie dat zijn afzet nog steeds voor een groot deel haalt uit voedingswaren, maar ook nieuwe paden inslaat. "Er zijn goede marktkansen voor bio ethanol die wordt gewonnen uit suikerbieten. Zeker nu de voorraden fossiele brandstoffen in de wereld aan het opraken zijn."
Fifty fifty
Dat een duurzame revitalisering van het platteland zowel als private én publieke aangelegenheid wordt beschouwd viel af te lezen uit de gastenlijst. Naast particuliere ondernemers en vertegenwoordigers uit de wereld van het milieu en de kennisinstellingen waren ook veel politici en bestuurders op het debat in Boxtel afgekomen: één burgemeester, twaalf wethouders, twee raadsleden, één Europarlementariër, vijf statenleden en één gedeputeerde." Jan van Rijen, directeur van de Brabantse Milieu Federatie (BMF) riep het bedrijfsleven in Brabant op een "fifty fifty verhouding privaatpubliek" te hanteren waar het de investeringen in nieuwe activiteiten in het landelijk gebied betreft. "Tegenover elke m2 extra ruimtegebruik ten behoeve van economische groei financier je een m2 ruimte met een publiek nut. Zo kan de expansie van een bedrijf ook meerwaarde hebben voor de omgeving en maak je zichtbaar wat een bedrijfstak toevoegt aan het landschap. Op die manier verinnerlijk je het duurzame gedachtegoed van Telos."
Juist dat beheer en behoud van het Brabantse landschap moet een belangrijke component zijn in de toekomststrategie voor het platteland. "Als je zorg voor voldoende diversiteit en een volwaardig recreatief aanbod dan hoef je niet in een vliegtuig te springen om in verre oorden beleving te zoeken. Dan kun je zelfs op de fiets op anderhalf á twee kilometer van je huis hetzelfde effect bereiken. Een voorwaarde is wel dat we datgene wat ons onderscheidt van andere landstreken versterken. Op meer van hetzelfde zit niemand te wachten. " Vanuit de zaal verwierp CDA Europarlementariër Lambert van Nistelrooij het beeld van een overheid die zich slechts door de waan van de dag laat leiden bij zijn beleidsbeslissingen. "We hebben in Europa nu juist een landbouwbeleid vastgesteld dat zich uitstrekt over vele, vele jaren en dat grote invloed toekent aan de regio"s. Die decentralisatie geeft ook in Noord- Brabant extra mogelijkheden om op zoek te gaan naar nieuwe inkomstenbronnen voor het landelijk gebied."
Maria Roozen, portefeuillehouder Landbouw & Zorg bij de ZLTO waarschuwde wel voor al té overspannen verwachtingen aangaande de "economische en maatschappelijke exploitatie van het landschap". Het moet de innovatieve boer die een overstap maakt naar verbreding van zijn bedrijf niet tegen worden gemaakt. "Wij vermarkten rust, ruimte en regelmaat, maar ook zorgboerderijen moeten onder aan de streep iets overhouden." Martens: "De pioniers van het komend decennium zijn nu al bezig. De overheid moet vooral ruimte geven aan ondernemers met goede ideeën. Als duurzaamheid de toekomst is moet dat ook terug te zien zijn in de planologie."
Trendsetter
In een nabeschouwing gaf gedeputeerde Wim Luijendijk te kennen dat Brabant met zijn aanpak van de Reconstructie goed op weg is. ,,Ik ben oprecht positief gestemd over de toekomst van het platteland. Tweederde van de Brabantse gemeenten heeft al plannen gemaakt voor het buitengebied. Soms met lef, soms onder druk. Onze aanpak is zo gek nog niet." Boxtel is een van de gemeenten die zich op dat vlak ontwikkeld heeft tot trendsetter. Wethouder Ger van den Oetelaar: ,,Wil je duurzaamheid aan de gang krijgen dan moet je er iets mee doen. Die stap richting duurzaamheid moeten wij als overheid maken; in keuzes die elke dag opnieuw weer terug komen. Ook ondernemers ondersteunen vaak regionale duurzaamheidinitiatieven. Laat de mensen samen bepalen wat de identiteit van een streek is. Je moet de kip met de gouden eieren niet plukken maar voeden."