Debat 30 januari 2007 'Marktwerking in de Sociale Sector'

Welzijn en geluk

Jos van de Venn, directeur van stichting Zet, opende de middag met een schets van het resultaat van het fusietraject. Zet komt voort uit drie organisaties, dát zijn de fundamenten. Hij benadrukte: 'Zet betekent ook een verandering, omdat we dat willen!' Als ambitie formuleerde hij dat Zet een Brabantse ondernemer wil zijn op de terreinen wonen, zorg en welzijn. Zet is geen steunfunctie-instelling meer, wel tweedelijns.
'Zet begeeft zich in het publieke domein in een hechte samenwerking met de provincie Noord-Brabant. Gedurende het fusietraject is dit wel gebleken. De provincie was hierin een constructieve partner,' zei hij richting gedeputeerde Wim Luijendijk.
'We begeven ons op de markt van welzijn en geluk. Maatschappelijk ondernemerschap wil ook zeggen dat we concurrerend zijn met goede producten. Maar we blijven missionair. Vanuit een inhoudelijke visie werken we voor kwetsbare groepen met als statements toewijding, verbindend en kwaliteit', zei Van de Venn tot besluit.

Gespreksleider Wilbert Willems legde uit, dat tijdens dit debat over marktwerking in de sociale sector gesproken zal worden over kansen en bedreigingen. Hij riep iedereen op om met aanbevelingen en tips voor Zet te komen.

Inleiding

Hans van Ewijk startte met een inleiding onder de titel: 'Actieve burgers, ondernemende professionals; marktwerking in zorg en welzijn.' Hij begon met het signaleren van een inconsistentie van de overheid. Instellingen zijn eerst gesplitst en vervolgens worden zij geprivatiseerd. Dit is volgens hem een bijna onmogelijke startpositie.
'Marktwerking heeft ook te maken met een nieuwe manier van denken. Het is niet sec voor of tegen,' aldus Van Ewijk.
Hij haalde een aantal zaken aan die in dit verband in de samenleving veranderd zijn.
'We zijn van een verzorgingsstaat overgegaan in een participatiestaat. De overheid wordt meer en meer ondernemer. Deze moet leiding geven en besluiten nemen, maar niet zelf uitvoeren. Maar wat zien we: de overheid regelt wél alles en dat willen we helemaal niet,' analyseerde hij.
Als derde noemde hij opvattingen over publieke diensten. Ze zijn niet-productief en worden als zodanig beschouwd als kostenpost. Sommigen willen dat ombuigen.
Hij signaleerde naar aanleiding van de toenemende marktwerking een verschuiving van doelgroep naar product.
Van Ewijk somde vervolgens een aantal voordelen van marktwerking op: 'Het betekent meer efficiëntie en klanttevredenheid én het creëert werk. Instellingen komen losser van overheden te staan en je krijgt meer variëteit'.
Als nadeel wordt vaak genoemd, dat privatisering voor uitsluiting van mensen zorgt. Van Ewijk wees hierbij op het grote verschil tussen zorg- en welzijnsinstellingen. De startpositie van die laatste is veel slechter, omdat zij nauwelijks of geen vermogen hebben in tegenstelling tot de meeste zorginstellingen. Tegenstanders van privatisering vinden zorg en welzijn behoren bij het maatschappelijk domein; daar past geen concept van producent / consument bij.
Hij vroeg zich als laatste af hoever je wilt gaan in het economiseren van de samenleving.

Gespreksleider Willems benadrukte het belang van professionele ondersteuning.
'Andere mensen in beweging krijgen, dat moet je niet vermarkten!'

Gerard Gerding, voorzitter van de Raad van Bestuur van de Gemiva-SVG Groep, gaf in een korte reactie een gematigd positief beeld van marktwerking. Het levert weliswaar dynamiek op. Maar voor wie, vroeg hij zich af? En wat zijn precies de positieve effecten voor aan de ene kant professionals en aan de andere kant de cliënten?

Jan Laurier is directeur van de landelijke cliëntenraad.
'Vanuit cliëntenperspectief bekeken krijg ik kippenvel van het fenomeen marktwerking,' opende hij zijn betoog. 'Organisaties verdienen aan mijn ellende. Ik ben een klant in plaats van een cliënt,' vertolkte hij.
Volgens Laurier levert marktwerking via aanbesteding nauwelijks innovaties op. Als het gaat om meer vraaggerichte, individuele trajecten, die zelf ingekocht kunnen worden, was hij positiever.
'Dat is aanzienlijk effectiever en levert tevreden mensen op. Wel moet de overheid wildgroei voorkomen. Er moet een basisstructuur zijn om zo de onafhankelijkheid van de ondersteuning te waarborgen,' voegde hij toe. Hij signaleerde dat er een probleem met het systeem van indicatiecommissies kan ontstaan. Er is een 'poortwachter' nodig. Verder waarschuwde hij voor versnippering en de toenemende individualisering.

'Marktwerking dendert voort. Er zijn hoge verwachtingen. Hoe kijkt de provincie daar tegenaan?' Die vraag stelde gespreksleider Wilbert Willems van debatcentrum BrabantBalie aan gedeputeerde Wim Luijendijk.

Luijendijk was rap met z'n antwoord. Hoewel hij het positieve effect van marktwerking tussen aanhalingstekens wil plaatsen, ziet hij toch voordelen. Luijendijk: 'Voordeel is dat je geen monopolieposities hebt en ook andere organisaties een kans geeft. Het is fantastisch dat BOZ, Prisma Brabant en POG, verenigd in de nieuwe organisatie Zet, het thema Marktwerking in de sociale sector direct tot discussie hebben gemaakt. Dat is een teken van lef om je zo durven te presenteren. Willems vroeg zich daarop af of, waar de provincie marktwerking omarmt, de achterliggende reden soms de drang tot bezuiniging is. Willems: 'Zijn klanten daarmee geholpen?' Luijendijk meende dat het voor de klant goed is als organisaties zich transparant opstellen, bij zich in de keuken laten kijken en zich in de provincie kunnen meten met anderen.

Aan Lisa Hofman van het voormalig POG de vraag of marktwerking voor de doelgroepen van het POG tot voordelen heeft geleid of dat zij liever terug zou willen naar de gesubsidieerde situatie van voorheen? Lisa uitte zich stellig: 'Marktwerking werkt niet! Maar als organisatie moet je ook realist zijn en op nieuwe situaties inspelen. Met pure marktwerking hebben wij slechte ervaringen, neem bijvoorbeeld arbeidsparticipatie. Instellingen en bedrijven zijn er slechts op uit om winst te maken. Als je alles aan de markt overlaat is de doelgroep daarmee niet mee geholpen. Wat je nodig hebt is een stevige basisstructuur voor ondersteuning en goede professionals die betrokken zijn.'
Laurier reageerde door te stellen dat er ook veel verkeerde vormen van ondersteuning zijn: 'Stop de middelen asjeblieft niet in van die adviesbureautjes hoe je bijvoorbeeld de PGB's moet benutten!'

'Zijn er ook verbeteringen te zien geweest in de afgelopen jaren?' vroeg Willems vervolgens aan Jan Kuipers, directeur van het voormalig BOZ. Kuipers toonde zich sceptisch: 'De publieke dienstverlening was in de afgelopen jaren moeilijk weg te Zetten via marktwerking. Voor zover die er was, beperkte het zich tot korte éénmalige dienstverlening. Ons werk heeft vaak een langere route nodig. Een beperkt aantal diensten is wel geschikt voor marktwerking. Maar bedenk wel de risico's. Zo zie je in de zorgsector al, dat er wordt beknibbeld op tijd. Tijd betekent namelijk loonkosten. Gerding, valt Kuipers bij: 'De efficiencyslag heeft zo z'n begrenzingen!' Kuipers: 'De kwaliteit van de dienstverlening verbetert niet door marktwerking. Cao's, werkgelegenheid, vinden van medewerkers, als je daar aan tornt Laurier: 'In opleidingen laten ze nu al kwaliteiteisen vallen. Dat is een merkwaardig proces. De overheid verdeelt de middelen via aanbesteding. Ze kijkt daarbij alleen naar geld en niet naar kwaliteit. Kijk, hoe het gegaan is bij de arbeidstoeleiding'.

Zet-medewerker Louvet: Organisaties maken zich nu dik en profileren zich als klantgerichte organisaties. Maar hoe kunnen we als Zet samen verantwoordelijkheden delen als we moeten concurreren? Het lijkt erop of de profilering van de eigen organisatie voorop staat i.p.v. het eigenlijke doel, de dienstverlening aan de klant. Moeten dienstverlenende organisaties juist niet veel meer samenwerken en elkaar versterken. Vergelijk het met een winkelcentrum waarin de winkels tezamen een meerwaarde hebben voor de klant. Willems vraagt het panel: 'Is die meerwaarde mogelijk in de sociale sector?' Luijendijk: 'Wij als provincie gaan niet over individuele dienstverlening. Maar organisaties die laten zien dat ze veel contacten hebben met andere instellingen: Top!'
Volgens Gerding weeg je steeds af of je wilt samenwerken. 'Als je er beter van wordt werk je samen, zo niet, dan laat je het.' Maar Kuipers merkt dan op: 'Producten en dienstverlening zijn iets anders. Op bijvoorbeeld de site kiesbeter.nl kun je veel vinden maar niets over kwaliteit'. Kuipers vraagt zich af of de overheid in staat is te voorkomen dat er een enorme schaalvergroting ontstaat. Laurier roept gemeenten vervolgens op om toch vooral voorzichtig te zijn alles te vermarkten. 'Gemeenten zijn slecht in aanbestedingen, zijn daarin niet ervaren. Het wordt vaak alleen een "prijs"-vraag. Ja, da's een mooie woordspeling.'

Joke de Haas van het Zelfhulpnetwerk meent dat de cliënt veel te weinig gehoord wordt. 'Het is praten óver en niet mét de cliënt.' Overheden zouden volgens haar veel meer met zelfhulporganisaties moeten doen. Zij krijgt de vraag terug hoe zij denkt dat cliënten meer invloed kunnen krijgen bij aanbieders. De Haas benadrukt dat dat proces moeizaam verloopt. 'De overheid zou betere voorwaarden kunnen scheppen'. Een vertegenwoordiger uit de ouderenbonden meent echter dat cliënten zelf veel meer kwaliteitseisen moeten stellen via bonden en patiëntenorganisaties. 'Benoem wat kwaliteit is.' Luijendijk meent dat de overheid, als beheerder van middelen, bij cliënten moet nagaan of zij tevreden zijn over de kwaliteit. Een vertegenwoordiger van het gehandicaptenplatform in Geertruidenberg brengt naar voren dat de platforms het veel beter weten dan de gemeente zelf en noemt daarbij de WMO als voorbeeld. 'Als ze iets uit Den Haag bij de gemeente wegZetten, moeten ze bij de gehandicapten zijn. Wij zijn geen pakske boter!'

Een lid van het gehandicaptenplatform Tilburg noemt het voorbeeld van de deeltaxi. 'Bij klachten over de deeltaxi in Breda waren de cliëntenorganisaties er snel bij. Dan gebeurt er ook wat.' Waarop Willems concludeert dat er nauwere verbindingen moeten komen tussen vragers en aanbesteders.
'Hoe kun je nu als stichting Zet de consumentenmarkt versterken?', is zijn vervolgvraag. Maar de zaal houdt het op de individuele hulpverlening. 'Wat hebben de gehandicapten aan marktwerking? Kijk naar de aanbesteding in het openbaar vervoer. De manier waarop dat gebeurt is nadelig voor grote groepen mensen. Ook de NS voert niet structureel aanpassingen van treinen door omdat de meeste reizigers die aanpassingen niet nodig hebben vindt de NS.' Laurier brengt naar voren dat het eerder, zonder marktwerking, ook niet zo geweldig was. Maar Lisa Hofman houdt het publiek voor dat Nederland vroeger wel degelijk een gidsland was, maar dat het er momenteel veel slechter voorstaat. Waarop Luijendijk zegt dat wanneer dat zo is, die klacht bij de overheid moet liggen: die stelt immers de voorwaarden.

Mw. Paes, PRVMZ, probeert de discussie terug te brengen naar de missie van Zet. 'Volgens mij gaat het helemaal niet om de vraag naar wél of géén marktwerking, maar om de vraag hoe Zet haar missie kan waarmaken.' Daarmee behaalt zij het eerste applaus van de middag. Een deelnemer uit de zaal uit haar bezorgdheid over de stelligheid waarmee samenwerking tussen instellingen openlijk ter discussie wordt gesteld onder invloed van marktwerking. 'Dat is toch een schrikbarende ontwikkeling?' Lisa Hofman bevestigt dat. 'Die discussie moeten wij inderdaad levend houden, want strategische allianties zijn hard nodig.' Maar Luijendijk is er niet zo bang voor dat mensen (lees organisaties) alles voor zichzelf houden. Medewerkers willen hun kennis graag delen, zo is mijn ervaring.'
Een kleine ondernemer uit de zaal geeft aan dat het voor kleine bedrijven erg moeilijk is aan de bak te komen. 'Kan Zet daarin geen ondersteuning bieden?' Maar Laurier ziet het tegendeel gebeuren. Juist veel kleinere bedrijven begeven zich op de markt. Kijk maar hoeveel kleinere, vaak erg gespecialiseerde organisaties in de arbeidstoeleiding er bij zijn gekomen. Waarop Luijendijk wel waarschuwt voor de continuïteit en betrouwbaarheid als belangrijke factoren.

Een lid van het gehandicaptenplatform Moerdijk vraagt of Zet de deskundigheidsbevordering voortzet van het POG. Dat beantwoordt de nieuwe directeur van Zet, Jos van de Venn, volmondig met 'Ja!'

Slotbeschouwing van Van Ewijk

'Het debat was heel constructief. De kernvraag is "hoe kun je mensen tot hun recht te laten komen en de kosten beheersbaar houden?" Hoe stuur je dat proces nou zo, dat je het goede voor elkaar krijgt? Vroeger hadden we het over zorg-zwaarte-metingen, nu hebben we producten. Voor Zet is de boodschap: 'hoe krijgen we als organisatie de ervaringen van cliënten goed voor het voetlicht. De kennis zit namelijk bij dié mensen. Die moeten ondervraagd worden! Dáár moet het over gaan. Dat is, lijkt mij, voor Zet een interessante uitdaging.'

Tilburg, 30 januari 2007

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak