Verslag Lijsttrekkersdebat op 7 februari 2007 in het provinciehuis in 's-Hertogenbosch
De duurzame, maar smalle marges van de Brabantse politiek
Het zesde en laatste duurzaamheiddebat knoopte aan bij de actualiteit. Op 7 maart zijn de statenverkiezingen; tijd dus om de maat te nemen over het thema duurzaamheid. Wat vinden zij er anno 2007 van? Hoe duurzaam is Brabant inmiddels; zijn politiek en bestuur goed op weg? Maken de nieuwe Statenfracties er een hard punt van als na zeven maart een nieuw programma-akkoord in de steigers wordt gezet? Welke beleidsterreinen in Brabant moeten verder worden verduurzaamd, en hoe moet dat dan geschieden? Waar leggen de politieke partijen hun duurzame prioriteiten? Vragen die een antwoord kregen tijdens het zesde en laatste duurzaamheiddebat uit deze serie dat onder de titel "Lijsttrekkers en hun ambities voor een duurzaam Brabant" op 7 februari plaatsvond in het Provinciehuis in "s-Hertogenbosch.
Stelling een
Afkomstig uit het duurzaamheiddebat Nieuwe con (r) acten tussen stad en land dat op 30 mei 2006 plaatsvond en luidde: Brabant moet kiezen voor ruimtelijke kwaliteit als hoeksteen van de ontwikkeling van stad en land, met het landschap als ordenend principe.
Nieuwkomer Nell Schoenmakers van de Verenigde Senioren Partij (VSP) beet het spits af. ,,Voor ons is van belang dat we het landschap niet opgeven voor méér woningen. Ouders moeten meer kansen hebben om bij hun kinderen te wonen."Paul Rüpp van het CDA voerde aan dat er nauwelijks iemand te vinden is in Brabant die tégen genoemde stelling zal zijn. "Maar we staan ook voor de opgave de komende tien jaar 100 duizend woningen te bouwen. Daar is eveneens ruimte op het platteland voor nodig." Marusjka Lestrade (D66) pleitte voor een esthetischer gebruik van de ruimte. "Bedrijventerreinen zien er doorgaans verschrikkelijk uit." Annemarie Moons (PvdA) toonde zich voorstander van een provinciaal bouwmeester. "En we moeten het samen met de mensen in een gebied doen. Een mooi voorbeeld van zo"n aanpak zijn de plannen voor het Groene Woud."
Daarna volgde het verbale steekspel dat inherent is aan naderende verkiezingen. Schoenmakers: "We moeten zoveel mogelijk van het platteland afblijven en daar alleen bouwen voor de eigen mensen." Rüpp: "Je kunt toch niet alle woningzoekenden in flats stapelen?" Lestrade: "Wij willen een provinciale visie op het landschap in zijn geheel in Brabant." Moons: "De stad heeft een heel ander beeld van het platteland dan mensen van buiten. Dat moeten we zien te verenigen." Rüpp: "We zien nu dat het productielandschap in Brabant stilaan veranderd in een consumptielandschap. Dat is méér dan een romantisch plaatje. Als we ingrijpen dan met respect voor de omgeving." Onno Hoes (VVD) gooide het liberale geluid in de strijd. "Zo"n provinciaal bouwmeester brengt alleen maar meer regelgeving en bureaucratie met zich mee. Dat is één extra etage ambtenaren op het provinciehuis. Terwijl iedereen het erover eens is dat we minder regels moeten hebben."
Stelling twee
Ontleend aan het debat Innovatie in Brabant, oog voor de toekomst, dat op 28 juni 2006 plaatsvond. De stelling luidde: De overheid moet ervoor zorgen dat innovatie en duurzaamheid hand in hand gaan.
Moons (PvdA) bracht in herinnering dat duurzame innovaties in Brabant soms brede navolging krijgen. "We hebben een innovatief watersysteem geïntroduceerd dat zowel de landbouw als het milieu voordelen brengt. De mensen in het gebied namen het over. Zo moet het." Haar opponent Hoes (VVD) meent dat Brabant nu al koploper is waar het innovatie en duurzaamheid betreft. "De komende jaren wil ik honderd miljoen stoppen in een duurzaam energiebeleid voor burgers en bedrijven en het gebruik van méér biobrandstoffen. Mijn boodschap aan de burgers in Brabant is: het kan; doe het gewoon." GroenLinks boegbeeld Hetty Tindemans wil dat duurzaamheid verankerd wordt in het reguliere beleid. "Dat kan door een duurzaamheids effectenrapportage te introduceren." Herman Vreugdenhil van de ChristenUnie/SGP kwam meteen met enkele concrete projecten die hij verwezenlijkt wil zien. "Ieder huishouden in Brabant moet een thuiscentrale krijgen. Dat is beter voor milieu en mens. Think global, act provincial"
Hoes bleef op het thema van minder regels tamboereren. "Ruimte voor innovatie vraagt daarom." Vreugdenhil pleitte voor een "aparte gedeputeerde voor duurzaamheid". De PvdA ziet hier echter niets in. "Je moet duurzaamheid niet in een aparte portefeuille stoppen; het moet in alle bestuurders zitten." GroenLinks was het daarmee eens. "Alle politici moeten meedenken over duurzaamheid, want op alle fronten is innovatie mogelijk." Hoes zag wel wat in het idee van de ChristenUnie/SGP. "Je krijgt dan een soort waakhond voor de duurzaamheid in het college van GS." Een glastuinder uit Oisterwijk legde het panel zijn dilemma"s voor. Hij zit in een omgeving waar groei slechts mondjesmaat mogelijk is. Toch verdient de glastuinbouw op solitaire locaties een faire kans, vindt hij. "Met een kas kun je energie vasthouden. Is het een innovatief idee om met een aantal kassen een woonwijk te verwarmen?"
Of Brabant nu echt een duurzaamheidslag heeft gemaakt bleef in het midden. De senioren zagen er in ieder geval weinig van terug, vond Schoenmakers. "Kijk eens naar de woningbouw; levensbestendig bouwen zie je nog veel te weinig." Volgens Nico Heijmans van de SP is het een kwestie van keiharde keuzes maken. "In Brabant heeft de economie altijd bovenaan gestaan. Dan krijg je een hele tijd niks en dan pas de ecologie en het sociale. Durft de gevestigde politiek het aan écht een andere weg in te slaan?" Hermans vond in Tindemans meteen een geestverwant. "Wij durven die keuze wél te maken", zei ze. Moons betoogde een "beter Brabant te willen achterlaten voor onze kinderen". Hoes knoopte daarop aan. "Bij ons staat de mens ook altijd centraal. Maar hij heeft wel een baan en inkomen nodig." Vreugdenhil tenslotte, kort en krachtig: "Duurzaamheid ís onze toekomst."
Stelling drie
Gebaseerd op het debat Jongeren, makers van een duurzame toekomst, dat zich op 15 september 2006 afspeelde. De stelling is: Maatschappelijke stages moeten op alle Brabantse scholen voor jongeren worden ingesteld om actief burgerschap te stimuleren.
Een stelling met een groot "open deur" gehalte, getuige de eensgezindheid van de debatterende politici. GL-lijsttrekker Hetty Tindemans verhaalde uit eigen ervaring. "Mijn kind doet zo"n maatschappelijke stage via school en ik merk dat het effect heeft. We moeten goed luisteren naar de jeugd. Daar hebben we ook het jongerenpanel voor, ons Brabant Team." Loes Dielissen van de Tilburgse Volks Partij (TVP) wil dat het accent meer komt te liggen op stages die naar werk kunnen leiden. "Dáár ligt de prioriteit, niet bij de maatschappelijke stages." Rüpp meende dat de provincie op dit punt niet het voortouw moet nemen. "Dat horen de scholen in de eerste plaats te doen. Onze inbreng hoort gering te zijn. Je kunt alles wél stimuleren, want álles is belangrijk." Dielissen was content met deze terughoudende opstelling van Rüpp. "Wij gaan voor een fors afgeslankte provincie. Noord-Brabant heeft voor iedere vierkante centimeter regels. We moeten veel meer overlaten aan de steden en de dorpen."
Nee, reageerde Heijmans van de SP: "De provincie moet er vol tegenaan. Laat jongeren uit de stad werken op een zorgboerderij." Dielissen daarentegen vindt dat gemeenten de eerste viool moeten spelen om jongeren te "vermaatschappelijken". "Dat kunnen ze via de WMO regelen", denkt ze. Rüpp gelooft dat er ten onrechte soms het beeld bestaat dat jongeren zich afkeren van de samenleving. "De jeugd in Brabant is heel actief. Ook in de zorg voor anderen." Bestuursvoorzitter Verbraak van Fontys Hogescholen brak een lans voor het engagement van jongeren. "Maar ik vrees wel dat overheid en volwassenen hen een verkeerde spiegel voorhouden." Uit de zaal werd Verbraak vervolgens door een andere bezoeker terecht gewezen. "Ik zie duurzaamheid in geen enkel onderwijsprogramma terug komen."
De Brabantse Partij van Aloysia Jetten deed een appél op de aanwezigen om actief burgerschap onder de jeugd te promoten. "Duurzaamheid is bijvoorbeeld prima te koppelen aan een maatschappelijke stage." Vreugdenhil deed in dat verband een praktische suggestie. "Geef jongeren die maatschappelijke stages doen gratis openbaar vervoer." Tijdens het duurzaamheiddebat dat door en voor de Brabantse jongeren werd georganiseerd bleek dat het moeite kost om het thema duurzaamheid bij hen goed over het voetlicht te krijgen. Een kwestie van slechte communicatie en niet de toon aanslaan die jongeren raakt of ergens bij betrekt. Volgens Rüpp kan de provincie "door het goede voorbeeld te geven" ook jongeren over de streep trekken. "Een betere wereld begint bij jezelf."
Stelling vier
Afkomstig uit het vierde duurzaamheiddebat dat onder de titel Innovatief ondernemen op het platteland op 23 januari 2007 zijn beslag kreeg. Als stelling fungeerde: Een duurzaam platteland vraagt om vitale coalities tussen overheden en ondernemers, een activistische overheid, ruimte voor duurzame experimenten en een vrijplaats voor innovatieve ondernemers.
Volgens de SP is een duurzaam platteland nog veraf. "Tezamen maken de biologische agrariërs maar een procent uit van de hele landbouw. Daarom moet het overstappen uit de traditionele landbouw worden vergemakkelijkt", meent SP-voorman Nico Heijmans. Aloysia Jetten brak een lans voor de verbrede landbouw. "Via de WMO kunnen we ruimte maken voor de zorg op het platteland. Ook kunnen boeren meer groene en blauwe diensten leveren. Boeren, het platteland én Brabant zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Reconstructie is verkeerd, want op termijn zijn zelfs die grootschalige landbouwontwikkelingsgebieden te klein voor de intensieve veehouderij." De Partij voor de Dieren pleitte voor een rigoureuze breuk met het verleden. Birgit Verstappen: "Brabant is een ecologische woestijn. We moeten duurzaamheid koppelen aan mededogen. Daarom: stoppen met de bio-industrie."
Zij meent dat de boeren gevangenen geworden zijn van het bestaande landbouwsysteem. "Er heerst onder hen veel stille armoede. Ze zijn afhankelijk van banken en afnemers. Die spiraal moet doorbroken worden." VVD-lijsttrekker Onno Hoes gelooft dat nieuwe perspectieven voor de landbouw alleen uit de verf kunnen komen als de vermoede maatschappelijke nadelen daarin verdisconteerd worden. ,,Meer toerisme en recreatie in het landelijk gebied brengen meer verkeer met zich mee. We moeten bereid zijn die prijs te betalen." Hoes twijfelde ook over het niveau van bewustzijn van de burger. "De consument haalt in de supermarkt doorgaans de goedkoopste kip uit het schap. Dat is niet de meest duurzame."
Een Oisterwijkse glastuinder hield de politici voor dat de praktijk vaak anders uitpakt dan de overheid voor ogen staat. "Met de huidige wetgeving hebben ondernemers niks. Want als ze iets anders willen lopen ze vast." Een zegsman van de BMF daarentegen pleitte juist voor meer overheidsingrijpen. "De groene investeringen in Brabant staan onder druk. De provincie moet daarom de teugels strakker in handen houden." D"66 kon zich wel wat voorstellen bij de klaagzang van de glastuinder. "Een veel gehoorde klacht is dat de overheid een onbetrouwbare partner is", aldus Lestrade. Volgens Rüpp is het niet realistisch om het op het platteland compleet over een andere boeg te gooien. "Want wij willen een sterke landbouw die actief blijft als belangrijke speler op de wereldmarkt." Jetten betoogde dat dit met de Reconstructie niet zal lukken. "Het is een koude sanering met een warm randje die geen recht doet aan de menselijke maat."