Toekomstdebat "Armoede moet weer van de agenda"
Een debat over participeren en sociale activering
Theater de Nieuwe Vorst, Tilburg, 30 oktober 2007

BrabantBalie organiseert een reeks armoededebatten in Noord-Brabant. Voor het debat van 30 oktober werd ingezet op de vraag of sociale activering van meerwaarde kan zijn om het armoedeprobleem weer van de agenda te krijgen. Onder leiding van dagvoorzitter Wilbert Willems, wordt door respectievelijk Jos van de Venn, Tof Thissen, Arthur van de Meerendonk en Jan Verheyden ingegaan op de achtergronden en de oplossingsrichtingen van het armoedeprobleem.

Jos van de Venn, directeur van Stichting Zet (Centrum voor Maatschappelijke Ondersteuning in de provincie Noord-Brabant) opent de avond met een persoonlijke column over zijn beleving van het armoedevraagstuk. In zijn beschrijving van zijn tweespalt tussen "pamperen" en "aanpakken" van het zogenaamde granieten bestand, komt hij tot de conclusie dat een gedegen aanpak een aantal voorwaarden kent. In ieder geval dienen voor betrokkenen de voorwaarden gecreëerd te worden om mee te kunnen doen aan de samenleving; dat is een taak van overheid en maatschappelijke organisaties. Daarnaast mogen er aan betrokkenen ook eisen gesteld worden en mag er afgerekend worden op gemaakte afspraken. In ieder geval is er een kleinschalige en individuele benadering vereist.

Tof Thissen, directeur van Divosa (Vereniging van managers op het terrein van werk, inkomen en sociale vraagstukken), onderschrijft het pleidooi voor een individuele benadering. Ook voor hem heeft dit niet de betekenis van 'pamperen', maar betekent dit dat aangesloten dient te worden bij de belevingswereld van betrokkenen. Een voorwaarde voor 'meedoen' is dat mensen de beleving hebben dat zij ook 'meetellen'. Voorwaarde is dan dat de bestaande competenties en vaardigheden van mensen onderkend en erkend worden. Dat vergt bovendien een andere opstelling van (hulpverlenings)organisaties, waarbij niet de organisatie het uitgangspunt van handelen is maar de klant. Voor bijvoorbeeld sociale diensten betekent dit, dat de omslag gemaakt moet worden van 'rechtmatigheidsboeren' naar 'doelmatigheidsmensen'. Oplossingsgerichtheid en flexibiliteit zijn hiervoor vereisten. Een oplossingsgerichtheid die dus het eigen organisatiebelang overschrijdt. Een oplossingsgerichte aanpak kan zich niet verschuilen achter rapporten, protocollen of openingstijden. Dienstverleners zouden niet bang moeten zijn om 'hun boekje te buiten te gaan'. Er dient bovendien in ketens gedacht te worden. Daartoe hanteert Tof Thissen de metafoor van de hulpverlener als dakdekker; een waterdicht huis is pas te verkrijgen als de dakpannen elkaar overlappen. Dergelijke hulpverlening betekent dat de hulpverlener zich ook verantwoordelijk voelt voor weer een volgende schakel in de keten.

In een referentie kan Harry Crielaars, directeur van welzijnsonderneming Divers in Den Bosch) het pleidooi van Tof Thissen onderschrijven. Daarbij wijst Harry Crielaars echter wel op het gegeven dat organisaties hun activiteiten dienen te kunnen verantwoorden. "Alles moet meetbaar, controleerbaar en verantwoordbaar zijn". Dit beperkt de hulpverleners in hun mogelijkheid om buiten hun boekje te gaan, zoals door Thissen bepleit. Daarentegen bespeurt Crielaars de laatste tijd wel een tendens waarin de eigen inbreng van de professional meer op waarde geschat wordt.

Ook Jan Timmers, coördinator sociale activering bij de Vrijwilligerscentrale in Helmond, herkent zich in de woorden van Tof Thissen. Met name de extra inzet die nodig is om daadwerkelijk iets voor mensen te kunnen betekenen. "Je zou kunnen zeggen dat ik daartoe wekelijks mijn bevoegdheden moet overschrijden", aldus Jan Timmers.

Vervolgens geeft Arthur van de Meerendonk, onderzoeker bij de Raad voor Werk en Inkomen, een beschrijving van de stand van zaken betreffende het 'zittende bestand' in de bijstand (WWB). Nederland heeft in de tweede helft van de jaren negentig een slag gemaakt in het omlaag krijgen van de langdurige werkloosheid, maar daarna is er stagnatie opgetreden. Momenteel zijn vrouwen, laaggeschoolden en vooral ouderen (dwz 45+) oververtegenwoordigd. De helft van het korte bestand (korter dan 1 jaar in de bijstand) stroomt uit naar werk. De helft van het zittend bestand trekt zich uiteindelijk terug van de arbeidsmarkt, wat het beeld oproept van het 'granieten bestand' dat niet meer naar werk is te leiden. De helft van het zittend bestand heeft na 3 jaar bijstand dan ook nog geen traject aangeboden gekregen. Na een eerste beleidsmatig inzet op het indammen van de nieuwe instroom (wat zeer succesvol is geweest) komt er nu geleidelijk meer aandacht voor het zittend bestand. Deze aandacht gaat gepaard met een roep om maatwerk, vanwege de veelal meervoudige problematiek. Ook wordt meer ingezet op sociale activering en dit blijkt succesvol te zijn. De beweging naar meer maatwerk houdt ook verband met een andere trend, namelijk die naar meer regie van de gemeenten. Dit laatste betekent niet zozeer minder uitbesteden, maar wel ánders uitbesteden: als professioneel opdrachtgever de private uitvoerder goed invlechten in de lokale keten. Als conclusie stelt Arthur van de Meerendonk dat beroepsgerichte scholing en sociale activering effectieve instrumenten zijn, naast een goede organisatie (van zowel het eigen apparaat als in de samenwerking met ketenpartners als UWV en CWI) en een goede samenwerking met private opdrachtnemers.

In een korte afsluiting houdt Jan Verheyden, advocaat te Utrecht, een beschouwing over de verhouding privaat-publiek. Met name wijst hij erop dat gemeenten een keuzemogelijkheid hebben tussen 1. aanbesteden, 2. zelf doen en 3. subsidiëren. Verheyden komt vaak de verkeerde veronderstelling tegen dat "aanbesteden moet". Hiervoor is echter geen rechtsgrond. Desalniettemin geeft hij aan dat hij in zijn contacten met gemeenten vooral aan ambtenaren (in tegenstelling tot bestuurders) veel tijd moet besteden om uit te leggen dat aanbesteden geen verplichting is.

In een slotdiscussie met de aanwezigen, worden nog enkele zaken aan de orde gesteld:

BrabantBalie
Tilburg, november 2007

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak