Uit het Brabants Dagblad van 1 november 2007
Het granieten bestand van langdurig werklozen
door Jos Straathof
Donderdag 1 november 2007 - Het verschil was opvallend. Eerder dit jaar debatteerden in Den Bosch, in het kader van de provinciale verkiezingen, een groep arme mensen met elkaar over hun problemen. Daar ging het over hoge energielasten, uitblijvende zorg- en huurtoeslagen, te lage uitkeringen en lonen. Daar ging het over een fundamenteel gebrek aan geld.
De uitkeringen moeten omhoog, was de algemene conclusie. Ook arme mensen die werken, een groeiende groep, moeten meer te besteden krijgen. Bij een wat ruimer budget wordt deelname aan de maatschappij vanzelf een stuk makkelijker. In De NWE Vorst in Tilburg hield de BrabantBalie dinsdagavond een debat over armoede. Daar ging het ook over het participeren in de maatschappij, en over 'sociale activering' waarbij wordt geprobeerd mensen tot een zinvolle dagbesteding te bewegen die wellicht een opstapje vormt naar betaald werk. Maar geen van de aanwezige ambtenaren, politici, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties, had het over de te lage uitkeringen.
Toch waren de aanwezigen het erover eens dat een grote groep mensen die nu in de bijstand zit, nooit zal werken en dus aangewezen blijft op die uitkering, sociaal geactiveerd of niet. Zij zijn simpelweg niet geschikt voor een reguliere baan, hoe vaak het kabinet ook roept dat het om 'werk, werk, werk' gaat.
In Nederland zitten 240.000 mensen langer dan één jaar in de bijstand. Volgens Arthur van de Meerendonk van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) zijn in deze groep oudere mensen (boven de 45), zowel allochtoon als autochtoon, in de meerderheid. De helft van deze groep is na drie jaar nog steeds niet met een of ander hulp-traject in aanraking gekomen. Daar blijven dus kansen liggen. Een gedeelte van dit 'granieten bestand' kan wellicht gewoon aan het werk. Jos van de Venn van Stichting Zet, het centrum voor maatschappelijke ontwikkeling in Brabant, gaf hier een scherpe illustratie van. Op weg naar zijn werk komt hij dagelijks langs een pleintje waar een groepje autochtone veertigers rondhangt. Laatst klaagden ze voluit, met een biertje in de hand, over een stratenmaker die te veel lawaai zou maken met zijn werk. "Als ik dit zie, heb ik twijfels bij dat granieten bestand", zei Van de Venn. Hij had vraagtekens bij zachte maatregelen voor de mensen uit dit voorbeeld. "Van een softe aanpak gaat graniet alleen maar meer glimmen."
Maar daarnaast zijn er wel degelijk mensen met problemen die ze ongeschikt maken voor regulier betaald werk. De groep is divers: het kan gaan om mensen met psychische of verstandelijke problemen, om verslaafden, om mensen die jarenlang in de wao hebben gezeten en nu toch zijn goedgekeurd. Mensen voor wie je nu de regels moet overtreden, zoals een aantal aanwezigen zei, om ze te helpen.
Maar ook hier is de zaak soms niet hopeloos, aldus Van de Meerendonk van het RWI. In de praktijk blijkt dat sociale activering als opstapje naar een andere baan, een redelijk succesvol middel is. Gemeenten als Den Bosch zetten echter nog steeds geen trajecten voor sociale activering in, maar richten zich volledig op betaald werk. Volgens Harrie Crielaars, directeur van welzijnsorganisatie Divers in Den Bosch, gaan die gemeenten er onterecht van uit dat het in de bijstand om één en dezelfde groep gaat.
Er moet, kortom, veel meer maatwerk komen, veel meer mogelijkheden voor 'aangepast en beschut werk', en veel minder regels, zodat inventief kan worden geopereerd. Daar zal nog veel voor moeten gebeuren. Crielaars wees er al op dat de praktijk weerbarstig zal blijken. Eigenlijk is de gewenste één-op-één-benadering van deze groep het beste, maar je zult er volgens hem niet aan ontkomen om ze toch weer in 'cohorten', in groepen in te delen.
Er is een voordeel: geld lijkt geen probleem te zijn. Volgens arbeidsdeskundige en PvdA-Statenlid Piet Verrijt uit Den Bosch houden sommige Brabantse gemeenten nog steeds geld over dat bestemd is voor reïntegratie. Bij de provincie lijkt het geld van de trappen af te klotsen: de komende vier jaar wordt er aan van alles en nog wat, één miljard euro extra uit-gegeven, boven op het reguliere budget.
Eerder draaide Gedeputeerde Staten het pas twee jaar bestaande provinciale armoedefonds de nek om. Maar in het bevorderen van participatie om zo armoede te bestrijden, ziet het provinciebestuur wel degelijk een rol voor zichzelf weggelegd. Daar kan dus de portemonnee voor worden getrokken.
Jos Straathof is redacteur van het Brabants Dagblad