Naar een crisisbestendig armoedebeleid in Brabant

Verslag van het debat ‘Naar een crisisbestendig armoedebeleid in Brabant’ - over werkende armen, schuldhulpverlening en kinderen - op 8 juli 2009 in het Midi Theater in Tilburg.

Een debat over samenwerking

‘Ik ben een liefhebber van vlees en vis, maar dat is veel te duur! Als het gehakt in de reclame is, sla ik voor een hele maand in. Dat gaat de vriezer in’, zegt een 43-jarige gescheiden moeder met vier kinderen die 24 uur per week werkt en moet zien rond te komen van 1125 euro netto per maand. Zij spreekt vanaf een paneel van de reizende FNV-fototentoonstelling Onzeker bestaan, over de positie van werkenden - in loondienst en zelfstandigen - ‘aan de rafelrand van de arbeidsmarkt’.

De tentoonstelling blijkt op 8 juli j.l. in Tilburg tijdens een debat over werkende armen, schuldhulpverlening en kinderenarmoede een uitstekend middel om te voorkomen dat deelnemers aan het debat in theoretische verhandelingen vervallen, zonder nog te zien over wie het eigenlijk gaat. ‘Weinig geld? We moeten het er mee doen, hè!’, verzucht een gehandicapte man die werkt zoveel hij kan en de maand maar moet zien door te komen met 1000 euro netto.

Dat dit armoededebat in Tilburg wordt gehouden is niet toevallig. De Tilburgse aanpak - De cirkel doorbreken - geldt als goed voorbeeld voor veel gemeenten in Nederland. Samenwerking, met alle partijen die op een of andere manier met armoede te maken hebben, is hierbij het toverwoord. Maar hoe bestendig is armoedebeleid in crisistijd? En wat zijn de gevolgen voor degenen die armoede treffen? De zoektocht naar het antwoord op die vragen voert langs onder meer workshops over ‘kinderen en armoede’, ‘schuldhulpverlening’ en ‘werkende armen’.

Alarmerende cijfers

Opgewarmd door een improvisatieshow van de Tilburg Tigers zijn de circa 100 debatdeelnemers er klaar voor. Gespreksleider Richard Engelfriet interviewt in hoog tempo, maar eerst presenteert Martijn Schut van de stichting StimulanSZ in Utrecht alarmerende cijfers. Dit jaar melden 20 procent meer mensen dan vorig jaar zich aan voor schuldhulpverlening - ook hogere inkomens. 39 Procent van de Nederlanders staat rood bij de bank of heeft een lening. Schut schetst aankomende nieuwe wet- en regelgeving (per 1 juni 2010) die gemeenten verplicht om schuldhulpverlening uit te voeren. In hoofdlijnen houdt die in: een wachttijd van maximaal 4 weken (bij bedreigende schulden maximaal drie dagen), brede toegankelijkheid en een integrale aanpak, dat wil zeggen: met aandacht voor problemen áchter de geldschulden. Het Ministerie van Sociale Zaken stelt de gemeenten 130 miljoen euro beschikbaar om de nieuwe wet voor te bereiden. Voor meer informatie: http://martijnschut.wordpress.com

Armoedebeleid is overigens niet één wet, maar eerder een conglomeraat aan regels (zoals kwijtschelding van belastingen), waarmee gemeenten vaak creatief moeten omspringen om niet te worden teruggefloten door Den Haag. Daar is men vooral zeer allergisch voor mogelijke inkomenspolitiek door lagere overheden en dat maakt het voor gemeenten soms knap ingewikkeld, vinden verschillende debatdeelnemers. Zo mag, wat in geld niet gaat, een gemeente soms weer wel in natura verstrekken.

Armoedebeleid geïntegreerd in de samenleving

Karin Smeets, programmamanager armoedebeleid Tilburg, licht toe wat wordt bedoeld met ‘de cirkel doorbreken’ en wat de Tilburgse aanpak ‘anders’ maakt. "Armoede is vaak een generatieprobleem. Ouders dragen de problematiek over op hun kinderen. Ons beleid is succesvol doordat wij het niet vanachter het bureau bedenken, maar intensief bespreken met de mensen om wie het gaat en met instellingen en professionals (als ketenpartners). Dat leidt tot een vooral praktische aanpak, zoals hulp bieden bij het invullen van ingewikkelde papieren en een ruimhartig verstrekkingsbeleid via bijzondere bijstand, met bijzondere aandacht voor kinderen en armoede. Kinderen vormen immers de toekomst. Speerpunten zijn: investeren op meedoen, alle kinderen een computer en kinderen leren omgaan met geld. In Tilburg is armoedebeleid geïntegreerd in de samenleving."

Aan de Tilburgse wethouder Paul Huijgen (Sociale Zaken, Armoede en Arbeids-reïntegratie) direct maar de vraag of het gevoerde armoedebeleid in zijn stad crisisbestendig is. Huijgen maakt zich daarover geen directe zorgen. "Wat al langer op de rails staat valt niet meteen om. Armoedebeleid heeft in Tilburg hoge prioriteit en is als zodanig in de begroting vastgelegd, deels als open eindmaatregelen. Van het vrij te besteden bedrag van 60 miljoen euro dat de verkoop van Essent Tilburg oplevert, gaat bovendien 15 miljoen euro naar een reserve sociaal fonds."

Een man in de zaal signaleert dat steeds meer mensen op het gebied van wonen in de knel raken. Huijgen: "Met Essent is afgesproken dat mensen met betaalachterstand in ieder geval in de winter niet worden afgesloten of uitgezet. Met de woningcorporaties is afgesproken dat er bij gesignaleerde achterstand snel huisbezoek plaatsvindt en hulp wordt geboden. Bovendien vindt over dit onderwerp naar aanleiding van de crisis momenteel intensief overleg plaats tussen de Brabantse steden."

‘Bij crisis hoort crisisfinanciering’

Joke de Kock, directeur Schuldhulpverlening Tilburg, Gief van Schijndel, directeur Diamantgroep, en Marja Wittenbols, coördinator stichting Leergeld, gaan dieper in op respectievelijk schuldhulpverlening, werkende armen en kinderen in een armoedeomgeving. Wittenbols raadt aan kinderen als individuen te zien in plaats van als leden van een gezin. De Kock pleit ervoor blijvend te investeren in ketenaanpak, onder regie van de gemeente maar wel met méér beleidsvrijheid. Huijgen daar op inhakend: "Wij mogen als gemeente het beleid wel maken, maar het rijk geeft er géén geld bij. Den Haag zou andere prioriteiten moeten stellen. Bij crisis hoort crisisfinanciering."

"Mensen moeten op de gemeente kunnen vertrouwen zoals banken kunnen vertrouwen op minister Bos", vindt iemand in de zaal. "Ambtenaren zouden meer voeling met de burger moeten hebben", vindt een ander. En: "Je moet je als ambtenaar kunnen verplaatsen in iemand die van 60 euro in de week moet leven". Gemeenten zouden veel verder kunnen gaan dan ze nu doen, door andere organisaties en fondsen aan te spreken, zegt Martijn Schut. Crisis of niet, mensen die bij de sociale werkvoorziening zijn hebben een baan, maar het wordt steeds duidelijker dat ook zij steeds moeilijker rond kunnen komen, bespeurt Gief van Schijndel in de praktijk. "De vraag is: hoe signaleer je problemen voordat het écht te laat is en voorkom je dat mensen afglijden. Hoe spoor je die mensen op?"

Vroegtijdige signalering is ook een van de belangrijkste thema’s tijdens de workshop ‘werkende armen’. Twee andere workshops gaan over schuldhulpverlening en kinderen en armoede. De voornaamste conclusies bij ‘werkende armen’: de categorie blijkt lastig in beeld te krijgen. Vroegsignalering en info-uitwisseling zijn essentieel, waarbij een betrokken partij kan worden gewezen op gezond eigenbelang. Voor een werkgever immers is een werknemer die afglijdt door financiële zorgen doorgaans minder nuttig dan iemand die zulke zorgen niet heeft. Ook zouden instanties zich meer moeten afvragen wat mensen die het aangaat zélf willen dat er voor hen gedaan wordt aan ondersteuning. ‘Manage de wens van de klant’.

‘Privacybelang loslaten’

De voornaamste conclusies uit beide andere workshops: Vergeet de kinderen niet achter de problematiek van de ouders. Zij zijn immers de toekomst. ‘Kinderen in armoede zijn het waard om stug door te gaan’. De armoedecirkel dient koste wat kost doorbroken te worden - preventief en herstellend. Wat schuldhulpverlening betreft is daadkracht nodig, waarbij volgens Joke de Kock "het privacybelang desnoods maar enigszins wordt losgelaten als dat de klant helpt".

Heeft wethouder Huijgen nog iets nieuws gehoord? "Niet echt. Het meeste doen we al wel. Het was ook vooral de bedoeling dat onze aanpak initiatieven in andere gemeenten in Brabant zouden versnellen. Actie ondernemen in plaats van maar ideeën blijven rondpompen. De urgentie van het armoedebeleid moet overeind blijven. We mogen niet verslappen!"

Andere berichten uit de workshops

[ Werkenden op of rond het minimum ‘vallen net overal buiten’, weet iemand tijdens de workshop ‘werkende armen’ uit ervaring. Om bijvoorbeeld voor gemeentelijke ondersteuning in aanmerking te komen, is het inkomen niet zelden net een fractie te hoog. En de procedures bij een aanvraag (die dus vaak niet wordt gehonoreerd) duren gruwelijk lang, luidt een andere klacht. Daar komt bij dat vaak niet eens wordt erkend dat mensen die werken arm kunnen zijn. "In de bijstand heb je nog tijd om de koopjes af te lopen", zegt iemand. "De overgangsfase van een uitkering naar werk kost veel geld", weet iemand anders. "Je wilt je toch netjes kleden en je krijgt te maken met kinderopvang, terwijl je juist denkt: ‘ik heb nu werk, dus ik kan wel wat meer uitgeven’. Niet dus!" ]

[ Het is belangrijk dat zowel onderwijs als jeugdzorg systematische signalering van armoede in hun werk inbouwen. We moeten, ook in crisistijd, voor de onderkant hard blijven werken aan het voorbereiden op en toeleiden naar werk,  want dat is uiteindelijk de enige echte oplossing voor armoede. ]

[ Neem armoedesignalering mee in alle vormen van jeugdmonitoring, zorg dat de CJG's een aparte pot armoedebestrijding voor jeugd krijgen en werken aan preventie. Maak de bestrijding integraal, niet alleen in beleid maar ook in de uitvoering, kind is altijd een onderdeel van het gezin en vise versa. Maak gebruik van de expertise van VONK. ]

[ Als we het hebben over werkende armen, dan denken we vooral aan mensen met een slecht betalende werkgever in de horeca, plantsoenendienst of schoonmaakbranche. Maar een meerderheid van de werkende armen (ongeveer 60%) is zelfstandig ondernemer. Laten we die niet vergeten! ]

[ Je kunt ouders die van te weinig geld moeten rondkomen niet alleen verantwoordelijk laten zijn voor de financiële opvoeding van hun kinderen. Dat is geen goed rolmodel. Daarom zullen anderen in de netwerken van kinderen dat moeten doen, zoals het onderwijs, naschoolse activiteiten en door kinderen gebruikte media, zonder ouder met weinig geld een verwijt te maken. ]

[ Op verschillende departementen worden beslissingen genomen om zaken gemakkelijker bestuurbaar te maken. Daarbij is weinig inzicht wat dat voor een individuele burger betekent De gratis schoolboeken, die het komende schooljaar worden verstrekt, gaan een ouder met een laag inkomen per kind ongeveer € 180,- meer kosten dan vorig jaar. Dat betekent voor een bijstandsgezin met twee kinderen ongeveer 6 weken leefgeld. ]

[ Door een goede ketensamenwerking van onderwijs, hulpverlening en gemeenten kunnen gezinnen met kinderen beter en sneller geholpen. Betrokkenen moeten dan wel op de hoogte zijn wat armoede met mensen doet. Die kennis blijkt in de praktijk vaak niet aanwezig en is armoede bovendien geen vast onderwerp. Daar valt nog wel iets aan te verbeteren. ]

Mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie Noord-Brabant
Organisatie: BrabantBalie / BUS
Verslag: Toine van Corven

Tilburg, juli 2009

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak