Kleinschalige woonzorg, hype of noodzaak?
Verslag van het debat over ‘dementie en kleinschalig wonen’ op 24 november in het Midi Theater in Tilburg.
Kleinschalige woonzorg niet altijd voor iedereen even geschikt
n hoeverre zijn mensen met dementie (en hun familie) gebaat bij kleinschalige woonzorg? En is daarvoor wel voldoende geld en bekwaam personeel ? Deze en andere vragen kwamen aan bod tijdens het debat ‘kleinschalige woonzorg: hype of noodzaak?’ op 24 november in Tilburg. Cijfers liegen op voorhand niet: gemiddeld komt een verpleeghuisbewoner per dag 96 seconden buiten...
Drie aansprekende voorbeelden van kleinschalige woonzorg passeren de revue, maar niet eerder dan nadat onderzoekster Dieneke Smit (Trimbosch Instituut) heeft verteld dat de meningen verdeeld zijn over wat daar eigenlijk onder moet worden verstaan. Algemeen aanvaard is dat het gaat om een kleine groep bewoners die door een vast team worden verzorgd en begeleid; er wordt gezamenlijk gekookt in een huiselijke sfeer; bewoners houden zoveel mogelijk de regie en kunnen er tot hun dood blijven.
Onderzoek wijst uit dat kleinschalige woonzorg een goed alternatief lijkt te zijn voor het klassieke verpleeghuis. In Noord-Brabant (waar nu bijna 100.000 mensen direct of indirect met dementie te maken hebben - een aantal dat sterk groeit de komende jaren) is het in ieder geval een rage, ziet Alexander van den Dungen van de Provinciale raad voor de volksgezondheid en maatschappelijke zorg (PRVMZ. De reacties zijn vooral positief, al wordt kleinschaligheid wel duur gevonden, vooral de nachtdiensten. Daarnaast, zo zal ook tijdens het debat blijken, is kleinschalige woonzorg voor zowel personeel als bewoners niet altijd even geschikt.
Geen groepsmens
Dat laatste gold zeker voor de intussen overleden demente vader van schrijfster Stella Braam. Zij zet zich in voor een goede levenskwaliteit voor mensen met dementie en dat hield kleinschalige woonzorg voor haar vader zeker niet in. “Mijn vader was geen groepsmens”.

Moet je dat dan zijn om in een kleinschalige woonzorgvoorziening te kunnen aarden? De zaal (met ruim 100 mensen goed gevuld) neigt ernaar dat selectie aan de voordeur onvermijdelijk is. “Juist mensen met dementie zijn niet geschikt voor groepswonen”, zegt iemand. Selectie aan de deur en overplaatsing (als het niet lukt), gebeurt ook, signaleert Alexander van den Dungen. De aanwezige medewerkers van kleinschalige voorzieningen bezweren dat het wel meevalt. “Met creativiteit kom je een heel eind”.
Stella Braam, die een columnachtige voordracht hield, spreekt van een hype. “Ik was laatst in zo’n kleinschalig woonzorghuis. Het zag er gelikt uit. Er was ook een belevenistuin. Er liep niemand rond. Iedereen zat bij de overspannen verzorgenden binnen. Voor activiteiten was geen geld. Dat was helemaal aan de verbouwing opgegaan.” Een karikatuur? Braam: “Er is weinig privacy en je ruikt etensluchtjes. Kijk maar uit dat er straks geen kleinschalige verpleeghuizen staan.” Beter dan te focussen op kleinschalige woonzorg is gaan voor diversiteit, vindt zij “Jezelf kunnen zijn, veilig en vrij bewegen, doen wat je leuk en zinvol vindt, ervaren dat je erbij hoort. Dat is belangrijk voor ieder mens, ook bij dementie.”
De overheid gelooft wél in kleinschalige woonzorg. Staatssecretaris Jet Bussemaker stelt niet voor niets 80 miljoen euro beschikbaar. Desondanks twijfelt de zaal in Tilburg zeer aan de financiële haalbaarheid. De Wmo zou uitkomst moeten bieden. Gemeenten zouden met hun budget gaten kunnen dichten. De column van Stella Braam ten spijt, kiest de zaal duidelijk vóór kleinschalige woonzorg. Een vrouw, nota bene zelf in een verpleeghuis werkzaam, vertelt wat ze dacht toen haar vader plotseling overleed. “Gelukkig is hem een verpleeghuis bespaard gebleven.”
7 leefstijlen
De drie gepresenteerde voorbeelden van kleinschalige woonzorg hebben veel gemeen, maar verschillen ook op punten. Meest opvallende verschil tussen de kleinschalige woonzorginitiatieven Hogewey in Weesp, Fakkellaan in Eindhoven en Heerma State in Roosendaal is dat in Weesp bewoners samenwonen met anderen die daar dezelfde ideeën over hebben. Waar elders mensen binnenkomen waar een plaats vrijkomt, worden in Weesp mensen bij elkaar ingedeeld aan de hand van 7 leefstijlen: stads, ambachtelijk, Indisch, huiselijk, Goois, cultureel en Christelijk. Hogeweyk is om meer redenen bijzonder. Als ware het in een gewoon dorp, zijn er op het afgesloten terrein straten, een plein met een fontein, een restaurant, grand café en theater. Het restaurant, café en theater is zowel voor bewoners van de Hogeweyk als voor omwonenden toegankelijk.
Een kenmerk van woonzorg is dat personeel er ‘integraal’ werkt. Er is de zorgtaak, maar ook het huishouden, inclusief koken. Dat laatste moet zelfs de hobby zijn van iemand die in Eindhoven wil komen werken. Het is niet voor iedereen weggelegd, is de ervaring van Anne Pikker van ‘Wonen aan de Fakkellaan’. Het valt volgens haar dan ook niet mee om geschikt personeel te krijgen. “Wie bij ons wil werken moet zelfvertrouwen en ervaring hebben en een echte duizendpoot zijn”. In Roosendaal en in Weesp wordt het personeelsvraagstuk als minder penibel ervaren.
Koken en mannen
“Waarom ligt het accent zo op koken?”, wil iemand uit de zaal weten. “Voor wie dement is wordt zintuiglijke prikkeling belangrijker”, legt Anne Pikker uit. “Koken stimuleert dat. Bovendien is het net als thuis.” Hoewel.., bekent zij, “het komt wel ‘ns voor dat bewoners verzuchten: ‘gaan we nu alwéér eten?’” Ligt het accent niet te veel op huishoudelijke taken? Schieten individuele activiteiten er niet bij in? En als er dan activiteiten zijn, zijn die dan niet altijd vooral op vrouwen gericht, ongeacht de man/vrouw verhouding? Er ontspint zich een discussie, waarop dagvoorzitter Harrie Kemps concludeert: “Koken is niet heilig, maar hoort er bij en.. de mannen mogen niet worden vergeten...”
Belangrijkste bottleneck blijkt, zoals meestal, toch weer geld. Meer familie inschakelen lijkt onvermijdelijk, gelet op bezuinigingen en capaciteitsproblemen, maar hoe moet dat dan ’s nachts? Alexander van den Dungen roept cliëntenraden op om waar wordt geconstateerd dat basiszorg onder druk staat in politiek Den Haag aan de bel te trekken. “We moeten ervoor waken dat mantelzorg straks verplicht wordt.”
(verslag: Toine van Corven)
(foto’s: Anja van Eersel)
November 2009