"Om wat waardevol is, nog waardevoller te maken"
Voor Brabant ligt een historische opdracht in het verschiet. Stad, industrie en woningbouw rukken op, het platteland staat met de Reconstructie voor een enorme ruimtelijke herinrichting en de burger eist steeds meer natuur in zijn directe woonomgeving. De landbouw verliest steeds meer terrein. Tussen 1995 en nu liep het aantal agrariërs terug van twintigduizend naar veertienduizend, een trend die zich in verhevigde mate voortzet. Wat gebeurt er met de grond die vrijkomt? Hoe komen we tot duurzame samenwerking tussen stad en land? Welke rode, groene en blauwe coproducties zijn mogelijk. Hoe bereiken we een balans tussen alle ruimteclaims?
En: hoe zorgen we ervoor dat het landschap, hét economisch, sociaal én ecologisch kapitaal van Brabant, niet de dupe wordt van de veranderingen die op stapel staan. "Als we niet oppassen begaan we een moord op het Brabantse landschap". Aldus gespreksleider Jeroen Saris, directeur van Adviesbureau De Stad BV, over het duivels dilemma waar Brabant mee moet zien af te rekenen. De provincie mag dan 'prima scoren op het gebied van duurzaamheid', aldus commissaris van de koningin Hanja Maij-Weggen, het einddoel van de odyssee is nog altijd ongewis. "Duurzaamheid is een avontuur, maar het spoorboekje wisselt nogal eens. Je kunt het niet op de automatische piloot doen. Het gaat om mensen, vernieuwend denken en het handelen voor de toekomst."
Volgens zowel de drie inleiders als de panelleden heeft het weinig zin de problemen langs gebaande wegen te lijf te gaan. Waar lange tijd de ruimte functioneel werd ingedeeld in wonen, werken, natuur, recreatie en water is iedereen het er over eens dat deze uniforme benadering losgelaten moet worden. "Je kunt niet een hek om het landschap zetten", aldus de nuchtere vaststelling van Gerard Berkelmans. Hij is initiatiefnemer van De Groene Kamer, een privaat project om in de omgeving van Tilburg te komen tot landschapsbeheer en -ontwikkeling. De relatie tussen stad en land zal zich steeds meer kenmerken door een gezamenlijk optrekken en een integrale aanpak. Traditionele begrippen als identiteit en eigenheid zullen in een nieuw jasje worden gestoken en de gebruiker zal een stevige stem in het kapittel krijgen over de inrichting van het landschap.
"Daarom moet je het landschap een duidelijke functie geven in de leef- en woonomgeving. Waarbij sommige waardevolle cultuurlandschappen, zoals de Maasheggen, het verdienen in hun huidige staat behouden te blijven" ,zei Peter van den Tweel, directeur van Staatsbosbeheer, regio Zuid. Toch is het oppassen met die meepratende burgers, aldus een aantal van de honderd bezoekers aan het debat. Berkelmans: "Als je niet uitkijkt creëer je een soort pretpark aan de stadsrand. Mijn formule voorziet in een multifunctioneel landschap dat mensen uitnodigt de natuur in te gaan, rekening houdend mét die natuur."
Zonering
Tijdens de discussie tussen panel en zaal over het thema Nieuwe cont(r)acten tussen stad en land maakte een van de aanwezige statenleden gewag van het gevaar voor Brabant dat kan ontstaan als het systeem van zonering en strakke ordening wordt losgelaten. "Bepaalde onderdelen van het landschap zijn nu eenmaal niet geschikt voor meervoudig gebruik. Er is toch zonering? Er is toch een Streekplan? Gaan we dat plotsklaps allemaal overboord zetten? Moet dat het Brabant van nu worden?" Gedeputeerde Paul Rüpp, waarschuwde de aanwezigen zich niet in slaap te laten sussen door de 'mythe van het pittoreske Brabantse landschap' "We hebben geen enkel oorspronkelijk landschap meer in deze provincie. Heidelandschappen zijn óók geconstrueerd."
Panellid Rüpp wees op de nieuwe wet Ruimtelijke Ontwikkeling. Die biedt lagere overheden meer kansen voor een gebiedsgerichte en regionale aanpak; ontwikkelingsplanologie zoals het heet. "We gaan de ruimte herschikken en anders invullen. Op vele terreinen zijn we de contouren langzaam aan het loslaten. We gebruiken wel de lagenbenadering als onderlegger, en houden in de gaten waar de historische waarde van het landschap zit." Jeroen Naaijkens, directeur van de HAS in Den Bosch, wees erop dat er vanaf het begin van de jaren negentig een voorzichtig en conserverend ruimtelijk beleid is gevoerd, dat niettemin mank ging aan een coherente kijk op de rol en betekenis van het Brabants landschap. "We hebben een landschap nodig waarmee we kunnen punniken. Een landschap waarin kleine veranderingen vrijuit kunnen plaatsvinden."
Met alle bevlogenheid over het scheppen van nieuwe landschappen en bondgenootschappen tussen rood, groen en blauw is de realiteit anno nu nog altijd anders. Peter van den Tweel merkte op dat 'rood' het nog altijd wint van 'groen' en ' blauw'. "Daar moeten we vanaf", vindt hij. "We moeten zorgen voor een integraal verhaal." Ook Rüpp wees op deze spagaat. Blauw en groen worden al lang gebruikt als peilers van het landschap. Hoe doe je dat met rood? "Zo'n project als Haverlei in Den Bosch strookt niet met het beginsel van zuinig ruimtegebruik, maar staat wel model voor de integratie van nieuwe 'rode' ontwikkelingen in het landschap." Een vertegenwoordiger van de Brabantse Milieu Federatie wees er op dat daarmee de natuur de rekening betaalt. Hij pleitte daarom voor meer sloten op de deur. "Zonder vangnet wordt het niks. Je hebt nu eenmaal spelregels nodig. Alleen vertrouwen op de marktpartijen is trapezewerk."
Uit de zaal kwam de waarschuwing de ruimtelijke ontwikkeling van Brabant niet te veel in handen te leggen van de deskundigen. "Vroeger schreef de pastoor ons voor hoe we dienden te leven, nu legt de planoloog ons op hoe we het landschap moeten gebruiken." Ook Jeroen Naaijkens spoorde aan tot 'meer interactie met de bevolking'. "Er is veel vertrouwen. Niet tussen de instituties, wel bij de mensen onder elkaar."
Experimenteren
Landschapsarchitect Paul van Beek pleitte ervoor om vooral te experimenteren met grote en nieuwe projecten. "Kijk eens naar Brandevoort, de beste Vinexlocatie van Nederland. Je moet het aandurven niet té veel te luisteren naar de bevolking. We moeten groeien in ons begrip van het landschap. Stukje bij beetje pas je daar de sturing van je systeem op aan." Ook Rüpp wil een overstap van 'mechanisch naar organisch'. "We moeten als bestuurders dat vertrouwen van de burger terugwinnen. Als je het over duurzaamheid hebt, heb je het ook over binding. Om wat waardevol is, nog waardevoller te maken." Aan het einde van het debat vatte Jeroen Saris nog een aantal belangrijke conclusies van de avond samen. "Overwinnen van je angst, binding met je omgeving onderhouden en coalities en combinaties smeden voor ruimtelijke kwaliteit."
Telosdirecteur Hans Mommaas trok in zijn laatste woorden een parallel tussen ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid. Voor beiden geldt immers learning by doing. "Vroeger dachten we dat ecologie moest worden beschermd tegen economie. Rood, groen en blauw moeten elkaar beschermen en elkaar dragen. Dan lukt het ons om nieuwe landschappelijkheid in Brabant tot stand te brengen."