BrabantStad: een nieuwe generatie regenten?

Richard Engelfriet en Wilbert Willems

Samenwerken is prachtig. Je kunt gebruik maken van elkaars kennis en kunde, de handen ineenslaan en samen grote projecten ontwikkelen. Je kunt van vele kleintjes één grote maken. Met die gedachte zijn bestuurders van de vijf Brabantse steden Breda, Den Bosch, Eindhoven, Helmond en Tilburg samen met de provincie een samenwerkingsverband begonnen: BrabantStad. En net zoals Coca-cola een ‘A-merk’ is in de colawereld, zo moet Brabant Stad een "A-merk" worden in Nederland en Europa. Het project lijkt breed te worden gedragen door alle Brabantse bestuurders. Volgens het ‘Programma BrabantStad 2004-2008’ is het doel om “een stedelijk netwerk te gaan vormen conform het nationaal ruimtelijk beleid. BrabantStad zien we dan als een stedelijk gebied van 1,5 miljoen mensen, met de vijf grootste steden als belangrijkste centra, met een robuuste groenstructuur en met zo'n 20% van de industriële productie van Nederland. Bij zo'n stedelijk netwerk horen infrastructuur en topvoorzieningen die de steden elk voor zich niet kunnen ontwikkelen of waarvoor de kritische massa ontbreekt”. Prachtige woorden, maar wat gaat er nou precies gebeuren en wat hebben de Brabanders zelf ermee te maken ? Richard Engelfriet en Wilbert Willems, beiden verbonden aan debatpodium BrabantBalie, organiseren op dinsdagavond 17 februari aanstaande een debat over BrabantStad in het Tilburgse Theater De Vorst. In dit artikel gaan ze in op de belangrijkste vragen die tijdens deze avond aan bod zullen komen.

Allereerst hebben we onze vraagtekens bij de structuur van BrabantStad. Het netwerk doet sterk denken aan een bestuurlijk samenwerkingsverband van burgemeesters en wethouders van de B5 met de provincie. Hoe prachtig de bedoelingen van BrabantStad ook zijn, de organistie en planvorming lijkt een groot ‘achterkamertjesgehalte’ te hebben. Waar is de rol van de gekozen vertegenwoordigers? Hoeveel inbreng hebben raads- en statenleden of bewoners en maatschappelijke organisaties in de plannen van BrabantStad gehad? Terwijl er uitgebreide consultaties zijn geweest met organisaties en experts uit het sociale en culturele veld, komen we op dat terrein in de plannen van BrabantStad heel weinig tegen. Of hebben wij iets gemist?

Is hier sprake van een  herleving van de vroegere regentencultuur in Brabant waar bestuurders mooie plannen voorkoken en aftimmeren, zonder dat er een fundamenteel debat wordt gevoerd door de gekozen vertegenwoordigers? Er klinkt in het hele rapport weinig over de wensen van burgers en hun idealen. Weten we eigenlijk wel hoeveel Brabanders echt zitten te wachten op de topvoorzieningen die BrabantStad nu promoot?

Een belangrijke testcase is natuurlijk straks of deze samenwerking werkelijk gaat betekenen dat de onderlinge concurrentieslag tussen de steden plaats maakt voor een serieuze en vruchtbare samenwerking. Of houdt deze samenwerking alleen maar stand als we alles eerlijk verdelen en niemand iets hoeft na te laten wat hij toch al van plan was? In de praktijk blijkt dat veel gemeenten hun handen vol hebben met hun eigen problemen: toegenomen werkloosheid, de actuele discussie rond de uitzetting van illegalen, steeds harder wordende criminaliteit. Waar past BrabantStad in dit plaatje? Wordt het niet veel meer tijd om op deze gebieden samen te gaan werken in plaats van in te zetten op topsport, topcultuur en topvermaak?

En hoe kan worden bereikt dat de gemeenteraad van de ene stad een culturele of stedelijke topvoorziening laat schieten omdat daar ook elders al naar wordt gehengeld? Straks hebben we 5 megabioscopen, 4 topzwembaden, 3 topmusea en 2 kunstijshallen die allen het predikaat nationaal dragen  We hebben nu ook al 8 voetbalclubs in de hoogste divisie; maar is dat een teken van hechte samenwerking?

Bovendien is het niet alleen een hele opgave om de samenwerking tussen de brabantse steden onderling minder vrijblijvend te laten zijn dan tot nu toe, maar speelt dat mogelijk nog sterker in de verhouding tussen de steden en de buurgemeenten eromheen. Ook daar leert de ervaring om niet te optimistisch te zijn. En nu we het toch over vrijblijvendheid hebben: waar kunnen we BrabantStad over 4 jaar op afrekenen?

Hoe prachtig het concept van BrabantStad ook mag klinken, het roept vooralsnog veel vragen op. Wij roepen hierbij dan ook iedereen op – bestuurders, betrokkenen en burgers – om op dinsdagavond 17 februari naar theater De Vorst te komen om met de bedenkers van het plan in discussie te gaan. Het kan er alleen maar beter van worden..

Richard Engelfriet en Wilbert Willems zijn als resp. debatprogrammeur en bestuursvoorzitter verbonden aan debatpodium BrabantBalie (www.brabantbalie.nl).

Het debat ‘BrabantStad: utopie of illusie?’ vindt plaats op dinsdag 17 februari vanaf 2000h in theater De Vorst, Willem II Straat 49 te Tilburg. Toegang 4 euro. Reserveren via 013 5323130. Sprekers onder meer Els Aarts (wethouder Tilburg), Hans Mommaas (UvT), Pieter Tops (UvT), Fons Jacobs (burgemeester Helmond) en Wim Luijendijk (Gedeputeerde provincie Brabant).

Contact

BrabantBalie
Postbus 996
5000 AZ Tilburg
Mail
Tel. 06 13 66 17 55

Debat in de maak